Duitse onderzoekers denken van wel en hebben een therapie ontwikkeld die je in de toekomst gewoon thuis kunt volgen.

Veel mensen zijn er als de dood voor: spinnen. Zien ze er in een hoek eentje kruipen, dan krijgen ze al de kriebels. Ongeveer 3,5 tot 6,1 procent van de bevolking lijdt aan arachnofobie, ofwel een spinfobie. Hoewel er wel wat aan te doen valt – zoals gecontroleerde blootstelling (zie kader) – kiezen toch veel mensen het hazenpad. Alleen al het idee om een echte spin te lijf te gaan, kunnen ze niet verdragen. Maar binnenkort wordt het wellicht wat gemakkelijker om de fobie te boven te komen.

Blootstellingstherapie
Bij blootstellingstherapie wordt de patiënt geconfronteerd met een of meerdere, echte spinnen. Wetenschappers denken namelijk dat als je blootgesteld wordt aan je angst, er een overstimulatie ontstaat waardoor je angst voor de spin afneemt. En in de praktijk blijkt deze methode inderdaad bijzonder effectief. Echter onderneemt 60 tot 80 procent van de mensen die aan arachnofobie lijden, geen therapie. De stap om hiermee te beginnen is namelijk vaak te groot. Zo zien ze er gigantisch tegenop om oog in oog te komen te staan met deze achtpotige verschrikkingen.

Therapie
Duitse onderzoekers hebben een nieuw soort therapie ontwikkeld, die je gewoon thuis kunt volgen. Hun methode is gebaseerd op blootstellingstherapie, maar dan virtueel. Zo wordt de patiënt in zijn eigen, huiselijke omgeving virtueel geconfronteerd met hun angst met behulp van draagbare sensoren en een augmented reality-bril. “We brengen de echte blootstellingstherapie over naar een digitaal spelsysteem, waarbij alle therapietaken digitaal worden gesimuleerd,” legt onderzoeker Frank Ihmig uit. “De patiënt moet verschillende uitdagingen uitvoeren. Zo moet hij bijvoorbeeld een spin vangen met een glas en een ansichtkaart, of moet er eentje met een vinger aanraken.” Tijdens de sessie meten draagbare sensoren de hartslag van de patiënt, de huidgeleiding en de ademhalingsfrequentie.

Algoritme
Met de gemeten parameters kunnen de wetenschappers vervolgens de emotionele stress van de patiënt in kaart brengen. Hiermee willen de onderzoekers vervolgens een algoritme ontwikkelen. “Met het algoritme leiden we de fysiologische angstreacties van de patiënt af en proberen we op die manier de intensiteit van de angst te bepalen,” zegt Ihmig. “Naast de subjectieve perceptie van de patiënt, geeft dit namelijk een objectieve maat voor hun angstreactie. Op die manier kunnen we de therapie aanpassen aan de persoonlijke behoeften van de patiënt.” Zo kunnen bijvoorbeeld spelelementen zoals de grootte, het aantal, de afstand tot, en zelfs de bewegingen van de spin worden aangepast.

Of de therapie ook zo goed zal uitpakken als dat het klinkt, valt nog even te bezien. Zo is het team van plan in het voorjaar van 2019 een validatiestudie uit te voeren om effectiviteit van de therapie te evalueren. Echter blijkt uit vergelijkbare studies met virtual reality dat er met deze methoden goede resultaten worden geboekt. Mocht de therapie inderdaad goed werken, dan is het denkbaar dat deze ook toegepast gaat worden op andere fobieën, zoals slangen en kakkerlakken. “We hopen dat de resultaten van de klinische studie nieuwe perspectieven bieden voor de behandeling van patiënten met specifieke fobieën,” aldus Ihmig. Het doel op lange termijn is dat de kit uiteindelijk te lenen valt bij je eigen huisarts of apotheek.