50 jaar getrouwd

Wij mensen zijn – over het algemeen – monogaam. En dat is best ongewoon in het dierenrijk. Vandaar dat wetenschappers zich al jaren afvragen hoe monogamie ooit ontstaan is. En nu denken ze een antwoord gevonden te hebben op die vraag. Het heeft alles te maken met de gevaren die kinderen omringen.

Het lijkt voor een man op het eerste gezicht gunstig om met zoveel mogelijk vrouwen te vrijen. Hij spreidt zo zijn kansen op nageslacht. Toch zijn wij mensen – doorgaans – monogaam. Dat wijst erop dat monogamie evolutionaire voordelen heeft, anders zouden we ons niet tot een monogame soort ontwikkeld hebben. Grote vraag is: wat is de drijvende kracht achter de evolutie van monogamie. Of in andere woorden: wat zijn de voordelen ervan?

Twee theorieën
Wetenschappers hebben er door de jaren heen twee theorieën over ontwikkeld. Volgens de eerste theorie bleven mannetjes bij hun vrouwtje zodat ze samen voor hun jongen konden zorgen en zo de kans op gezond nageslacht dat zich ook weer kon voortplanten, vergrootten. Volgens de tweede theorie blijven mannetjes bij hun vrouwtje zodat ze haar kunnen beschermen.

Onderzoek
Om te achterhalen welke theorie het dichtst bij de werkelijkheid in de buurt komt, verzamelden de onderzoekers de gegevens van 2500 soorten zoogdieren. Ze keken hoe deze dieren geëvolueerd waren en zochten naar de factor die er waarschijnlijk toe geleid had dat bepaalde diersoorten monogaam waren geworden. Zo kwamen ze tot de conclusie dat de dreiging van andere mannetjes die jongen doden de drijvende kracht achter monogamie was.

WIST U DAT…

Kwetsbaar
Jongen zijn het meest kwetsbaar wanneer ze volledig afhankelijk zijn van hun moeder. Hun moeders stellen het krijgen van een nieuw jong namelijk uit wanneer ze voor een traag ontwikkelend jong moeten zorgen. Voor mannetjes die niet aan het jong verwant zijn, kan het in zo’n geval aantrekkelijk zijn om het jong te doden en er zo voor te zorgen dat het vrouwtje weer aan paren gaat denken. Wanneer vader en moeder samen voor een jong zorgen, is een jong kortere tijd enkel afhankelijk van de moeder en kunnen vrouwtjes zich weer sneller gaan voortplanten. Daarmee wordt het risico dat andere mannetjes het jong zullen doden om de moeder weer aan het paren te krijgen, kleiner.

Groot brein
Een ander groot voordeel van het feit dat sommige soorten zoogdieren de zorg voor hun jongen delen, is dat zij jongen kunnen krijgen die langer nodig hebben om te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan jongen met een groter brein. Wellicht kan het feit dat onze voorouders bij de zorg voor hun kroost betrokken waren dan ook verklaren waarom wij zo’n relatief groot brein hebben.

“Wat dit onderzoek zo opwindend maakt, is dat het ons in staat stelt om terug te kijken op ons evolutionaire verleden en we zo factoren die ons menselijk maken beter leren begrijpen,” legt onderzoeker Susanne Shultz uit. “Zodra vaders besloten om in de buurt te blijven en voor de jongen te zorgen, konden de vrouwen hun beslissingen met betrekking tot de voortplanting aanpassen en meer en beter ontwikkelde jongen krijgen.”