Twee centimeter. Zo lang is een onlangs gevonden Pangio longimanus mannetje. Deze karperachtige aal is daarmee de kleinste Pangio ooit. Het diertje is door Britse wetenschappers ontdekt in Laos en is vanaf vandaag te zien in het Natural History Museum, het grootste natuurhistorisch museum van het Verenigd Koninkrijk.

Pangio longimanus betekent ‘lange hand’. De vissoort heeft lange borstvinnen die een totale lengte van zestien procent van de lichaamslengte kunnen bereiken. Gemiddeld halen de borstvinnen van een Pangio genus ‘slechts’ tien procent van de lichaamslengte.

De karperachtige aal is niet de kleinste vis ooit. Dat record is in handen van de Paedocypris progenetica: een karper met een lengte van acht millimeter. Zowel de Paedocypris progenetica als de Pangio longimanus vallen in de categorie ‘miniatuur’. Miniatuurvissen zijn kleiner dan 26 millimeter.

Pangio longimanus behoort tot de Pangio-soort, de karperachtige alen. Pangio’s zijn populaire aquariumvissen, omdat ze over de bodem van aquariums zwemmen. In het wild leven ze in rivieren of waterstromen. Vaak schuilen ze tussen dode bladeren of in modder.

Jaarlijks worden er 300 tot 400 nieuwe vissoorten ontdekt. Wetenschappers hebben tot nu toe 1,8 miljoen organismen geïdentificeerd, maar volgens schattingen zijn er op aarde vijf tot vijftig miljoen organismen. Er is dus nog genoeg te ontdekken.