De één gedijt nu eenmaal beter bij hitte dan de ander.

Wie aan grote en machtige dinosaurussen denkt, denkt ongetwijfeld al snel aan de Tyrannosaurus rex. En het moet worden toegegeven: zo’n vleesetende dinosaurus die tot wel 12 meter lang kon worden, moet behoorlijk angstaanjagend zijn geweest. Maar vlak de plantenetende langnekken – ook wel aangeduid als Sauropoda – niet uit. Hoewel ze gezien hun dieet misschien wat minder angstaanjagend zijn, werden ze wel vele malen groter dan T. rex. Zo zijn er exemplaren bekend die meer dan 40 meter lang werden en meer dan 70 ton wogen!

Lastig te verklaren succes
In de afgelopen eeuwen hebben onderzoekers op alle continenten – Antarctica incluis! – Sauropoda ontdekt. Duidelijk is dan ook wel dat deze enorm planteneters prima gedijden hier op aarde. Minder duidelijk is echter wat de drijvende kracht is geweest achter hun wereldwijde succes én waarom ze toch zo ontzettend groot zijn geworden. Maar een nieuw onderzoek lijkt daar verandering in te brengen.


In het blad Proceedings of the Royal Society of London presenteren onderzoekers de ontdekking van één van de oudste grote Sauropoda die tot op heden is teruggevonden. En de resten lijken te suggereren dat klimaatverandering de drijvende kracht is geweest achter zowel het eenzame succes als de indrukwekkende omvang van de Sauropoda.

Hier zie je de fossiele resten die onderzoekers in Argentinië hebben ontdekt. De afbeelding boven aan dit artikel geeft een idee van hoe deze dinosaurus er bij leven uit moet hebben gezien. Afbeelding: Diego Pol.

Terug naar het begin
De resten zijn zo’n 179 miljoen jaar oud en stammen daarmee uit een cruciale periode in de evolutie van de Sauropoda. Om het belang van deze periode en de ontdekking te begrijpen, moeten we even terug naar het begin. Naar het ontstaan van de dinosaurussen en dan specifiek de Sauropodomorpha: een onderorde waartoe ook de Sauropoda behoren. In de eerste vijftig miljoen jaar van hun bestaan waren deze Sauropodomorpha door de bank genomen niet zo heel indrukwekkend. Er vielen wat twee- en vierbenige dinosaurussen onder die over het algemeen vrij klein en licht waren. Er waren weliswaar een paar exemplaren die met hangen en wurgen een lengte van 10 meter wisten te bereiken, maar dan hield het ook wel op. Verder hadden alle Sauropodomorpha – met uitzondering van de Sauropoda – heel ranke tanden. Dat laatste wijst erop dat ze voornamelijk zachte vegetatie aten. Gedurende miljoenen jaren gedijden deze Sauropodomorpha prima. Maar zo’n 180 miljoen jaar geleden sterven ze opeens – met uitzondering van de Sauropoda – en masse uit. Een keerpunt in de evolutionaire geschiedenis van de Sauropoda, die als enigen deze extinctie overleefden en bovendien de periode erna ook nog eens prima bleken te gedijen.

Grondlagen
Paleontologen konden deze veranderingen lastig duiden. Maar met de ontdekking van een 179 miljoen jaar oude en al behoorlijk grote Sauropoda komt daar nu verandering in. Want in de grondlagen waarin deze dinosaurus – die de naam Bagualia alba heeft gekregen – is aangetroffen, zijn ook fossiele resten van planten teruggevonden. En die planten geven onderzoekers een beeld van het leefgebied en klimaat waarin B. alba leefde. En door dat klimaat te vergelijken met het klimaat waarvan plantresten in net wat oudere grondlagen getuigden, komen onderzoekers tot de conclusie dat het klimaat 180 miljoen jaar geleden abrupt is veranderd. Die klimaatverandering lijkt de andere dinosaurussen die tot de Sauropodomorpha gerekend worden, fataal te zijn geworden. En ondertussen deden de Sauropoda het dus heel goed.


Verandering
Maar wat veranderde er dan precies zo’n 180 miljoen jaar geleden? Afgaand op de plantresten lijkt het erop dat een gematigd warm en vochtig klimaat met een diverse en weelderige vegetatie plaatsmaakte voor een seizoensgebonden heel warm en droog klimaat waarin voornamelijk hittebestendige planten – zoals coniferen – gedijden. Die stuggere vegetatie was waarschijnlijk een groot probleem voor de Sauropodomorpha die met hun ranke tanden altijd zachte vegetatie hadden gegeten. Zij stierven dan ook uit, terwijl de Sauropoda met hun robuustere tanden prima in staat waren om de in het veranderde klimaat dominante vegetatie te nuttigen. Het resultaat was dat deze plantenetende dinosaurussen juist heel goed gedijden en de wereld gingen domineren.

Dat het klimaat 180 miljoen jaar geleden abrupt veranderde, is volgens de onderzoekers te wijten aan vulkaanuitbarstingen. Hierbij zouden grote hoeveelheden broeikasgassen zoals CO2 en methaan zijn vrijgekomen.

Dat de planteneters in de periode erna ook evolueerden tot ware giganten is eveneens naar de klimaatverandering en de verandering in vegetatie te herleiden. Om het voedsel te verteren, waren grotere spijsverteringsruimten nodig. Dinosaurussen die wat groter werden, waren dan ook in het voordeel; ze hadden betere overlevings- en dus voortplantingskansen. En zo zou natuurlijke selectie ertoe geleid hebben dat de planteneters steeds groter werden.