De vuurwerk-gekte is in ons landje weer losgeslagen. Maar waarom is deze traditie toch zo mateloos populair?

De klok heeft nog maar nét middernacht geslagen of de gillende keukenmeiden, vuurpijlen en strijkers vliegen je om de oren. Overal in het land knallen we er lustig op los. Een traditie die diep in onze cultuur geworteld zit. Want zoals in Scheveningen is gebleken, wordt het afpakken van bijvoorbeeld de vreugdevuren op z’n zachtst gezegd niet in dank afgenomen. Maar waar komt die drang om dingen in de hens te steken toch vandaan?

Europa
In Nederland mag iedereen die wil een vuurpijl de lucht in schieten of een rotje afsteken. En dat gaat er soms wild aan toe. Buitenlanders die Nieuwjaar in Nederland vieren schrikken er soms behoorlijk van. En dat is ook niet zo vreemd. Kijken we naar verschillende landen in Europa, dan blijkt dat consumentenvuurwerk niet overal is toegestaan. In Portugal en Frankrijk is het bijvoorbeeld verboden en worden er door gemeenten vuurwerkshows georganiseerd. Ierland kent zelfs een volledig vuurwerkverbod, terwijl in Polen, Italië en Tsjechië het beleid juist heel liberaal is. Al met al blijken er in Europa en ook binnen de Europese Unie behoorlijk wat verschillen te zijn.


Siervuurwerk op Oudejaarsavond. Afbeelding: Pixabay

Consumentenvuurwerk
In Nederland springen we redelijk soepel met het vuurwerkbeleid om, al zijn de regels de laatste jaren wel flink aangescherpt. Het betekent dat we drie dagen vóór het einde van het jaar in de winkel vuurwerk kunnen kopen en het alleen van 31 december 18.00 uur tot 1 januari 02.00 uur mogen afsteken. Maar hoe is het eigenlijk gekomen dat we hier allemaal individueel vuurwerk de lucht in mogen knallen? “In Nederland heeft er – in tegenstelling tot andere landen – altijd een intense oud-en-nieuwviering bestaan,” legt schrijver en cultureel antropoloog Jef de Jager aan Scientias.nl uit. Al hoorde daar het afsteken van vuurwerk – met uitzondering van het platteland – niet altijd bij. “In de westerse steden heerste er rond 1900 totale rust. Men vierde Oud en Nieuw in familiekring. Indiëgangers zijn de eersten geweest die vuurwerk afstaken, wat ze in Nederlands-Indië hadden leren kennen van Chinezen die het tijdens hùn Nieuwjaar deden. Die gewoonte heeft zich vanuit Den Haag over het hele land verspreid.”

Vervuilend
Jaarlijks wordt er ongeveer 14.000 ton vuurwerk geïmporteerd, dat voor een groot deel uit buskruit bestaat. Het betekent dat er ongeveer zeven miljoen kilo buskruit wordt verbrand. En dat is best vervuilend. Zo zorgt dit voor een CO2-uitstoot van 3,5 miljoen kilo. Bovendien zorgt vuurwerk voor een forse toename van fijnstof. Normaal zit er zo’n negentien microgram fijnstof in een kubieke meter lucht. Dit kan rond de jaarwisseling toenemen tot meer dan 1000 microgram per kubieke meter, om nog maar te zwijgen over alle zware metalen – strontium, barium, koper, antimoon en zink – die er in siervuurwerk verwerkt zitten. Deze zware metalen belanden in het riool, de lucht of de bodem. Daarnaast produceert siervuurwerk bijna drie keer meer fijnstof, twee keer meer CO2 en twee keer meer zwaveldioxide dan knalvuurwerk.

Populair
Na de oorlog werd Den Haag de kraamkamer van de huidige oudejaarsviering. En al snel won het afsteken van vuurwerk terrein. Want het bleek bij de gewone burger behoorlijk in de smaak te vallen. “De populariteit van consumentenvuurwerk is om te beginnen een gevolg van de toegenomen welvaart sinds de jaren zestig,” stelt De Jager. “Leuk: je kunt er ook nog je buren mee aftroeven. Maar meer in het algemeen is de viering bij ons minder huiselijk geworden. Met behulp van vuurwerk konden grotere gezelschappen de onderlinge sfeer verhogen.” Het begin van vreugdevuren gaat nog iets verder terug. Want terwijl in deftige Haagse wijken vuurpijltjes de lucht in vlogen, fikten in volkswijken kerstbomen. In 1952 wees de politie daarom plekken aan voor de zogenaamde ‘vreugdevuren’. Een term die voortkwam uit de brandjes die jongeren stichtten en bij voorbaat een gewijde sfeer teweeg moest brengen. De politie verzorgde zelfs een keer de muzikale omlijsting alsof het een fijnzinnig feestje betrof.

Vreugdevuren
Er bestaan nog steeds diverse vreugdevuren in Den Haag en omgeving, maar de twee grootste bevinden zich in Scheveningen in de wijken Duindorp en Scheveningen-Noord. Deze befaamde vuren zullen echter dit jaar niet doorgaan, nadat het festijn vorig jaar volledig uit de hand liep en verschillende wijken gehuld gingen in een vonkenregen. De gemeente eiste dat de organisatie dit jaar de nodige veranderingen zou doorvoeren, maar uiteindelijk werd er geen vergunning verstrekt. Dit tot groot ongenoegen van de inwoners waarna het nog lang onrustig bleef. Rellen, brandjes en vernielingen in de omgeving waren het gevolg. “Omdat in Den Haag de traditie van de vreugdevuren ontstaan is, zijn de vuren daar heel belangrijk,” zegt De Jager. “De vuren zijn diep verankerd en er zitten grote, enthousiaste organisaties achter. Om zo’n traditie simpelweg te verbieden is nogal een stap, zeker omdat er niets voor in de plaats terugkomt. Het zou gekunsteld zijn als wij net als in Engeland op middernacht Auld lang syne gaan zingen of twaalf druiven eten zoals in Spanje.”


Verandering
Toch zijn er geluiden om de vuurwerk-traditie rond Oud en Nieuw om te gooien. Al meer dan 150.000 Nederlanders hebben ondertussen een petitie getekend die het verboden moet maken dat jan en alleman vuurwerk kan afknallen. Dat zou alleen nog in de handen vallen van professionals. De ondertekenaars claimen dat onschuldig vermaak vaak ontaard in geweldpleging en overlast, de zware gifstoffen niet rijmen met een verantwoord milieubeleid en dat het verknallen van bijna 70 miljoen euro per jaar niet past in een wereld waar miljarden mensen moeten leven van minder dan een euro per dag. Daarnaast zijn hulpverleners elk jaar ontzettend druk om iedereen die gewond raakt of in de problemen komt met vuurwerk op te lappen. Soms zelfs ‘met gevaar voor eigen leven’ zoals vorig jaar bleek, toen veel hulpverleners werden bekogeld met vuurwerk. Toch moet er goed nagedacht worden over een werkend alternatief. Want consumentenvuurwerk zomaar verbieden zal tot alleen maar meer commotie leiden. “Je kunt het wel verbieden, maar dan ontneem je mensen iets zonder er iets voor terug te geven,” zegt De Jager. “Beter is om voor vervangende lol te zorgen, zoals de grote steden in toenemende mate doen met vuurwerkshows door pyrotechnici, gecombineerd met vuurwerkvrije zones.”

Veiliger
Volgens De Jager is er één ding vooral belangrijk. “Het moet nog veel veiliger worden,” betoogt hij. “Er zijn al veel vorderingen gemaakt. De laatste zes jaar is het aantal ziekenhuisbehandelingen als gevolg van vuurwerk al verminderd van 800 naar 400. Maar dat is niet genoeg. Dat hulpverleners worden belaagd is een wijdverbreid probleem van de laatste jaren; in mijn jeugd kwam dat nauwelijks voor. Wij spraken toen over politiegeweld, niet over geweld tegen de politie.” Daarnaast valt er ook aan de traditie nog wel het één en ander te sleutelen. “Gemeentelijk vuurwerk kan heel wat consumentenvuurwerk afvangen,” zegt De Jager. “Lekker goedkoop ook.” Daarnaast worden er in Rotterdam en Amsterdam verschillende vuurwerkzones aangewezen, een idee uit Oostenrijk. “Ik ben erg benieuwd naar die ervaringen.”

Kortom, een voortdurend debat over vuurwerk zal nog wel even blijven. Want zo’n diep verankerde traditie waar zoveel Nederlanders enthousiast over zijn is niet zomaar te veranderen. Bovendien geeft het afsteken – en het risico dat daar toch altijd mee gepaard gaat – veel mensen een kick. “Ik zal nooit vergeten hoe ik mijn kinderen ermee liet kennismaken,” herinnert De Jager zich. “Zij werden als het ware ingewijd in gevaar.”