De mensachtigen die in 2015 in een Zuid-Afrikaanse grot werden ontdekt, zijn mogelijk daar overleden doordat ze in de grot vast kwamen te zitten.

In 2015 ontdekten onderzoekers in Zuid-Afrika een nieuwe mensachtige: Homo naledi. De resten – zo’n 1500 botten van mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen – werden aangetroffen in een kamer die deel uitmaakt van een flink grottenstelsel. Alleen een heel nauwe ingang biedt toegang tot deze kamer. Geen wonder dat de vondst direct een interessante vraag opriep: hoe zijn de resten van deze mensachtigen hier terecht gekomen?

Begraafplaats?
De ontdekkers hadden daar wel ideeën over. Ze suggereerden dat de resten daar bewust waren neergelegd en de grot dus eigenlijk dienst deed als begraafplaats. Maar is dat wel zo? Een nieuw onderzoek trekt dat in twijfel en suggereert dat de grot ooit nog een ingang had die op een gegeven moment door gesteente is afgesloten. Mogelijk zijn de mensachtigen via die ingang binnengekomen, waarna de ingang weer dicht kwam te zitten en de mensachtigen opgesloten zaten in de grot en stierven.

Korstmossen
Onderzoeker J. Francis Thackeray trekt die conclusie op basis van zwarte vlekken op de resten van de mensachtigen. Die vlekken zouden ontstaan zijn door toedoen van korstmossen. En korstmossen zijn een symbiose (nauwe samenwerking) tussen een schimmel en een fotosynthetisch organisme. In andere woorden: korstmossen hebben licht nodig om te groeien. Dus ooit moet er in de nu pikdonkere grotkamer waarin de mensachtigen zijn aangetroffen licht zijn binnengedrongen. Thackeray denkt dan ook dat de individuen die in de grot zijn aangetroffen door die inmiddels niet meer bestaande ingang zijn binnengekomen, dat die ingang op een gegeven moment werd afgesloten en de mensachtigen er niet meer uit konden, maar er nog wel licht door de ingang in de grot viel.

Als de kamer inderdaad meer dan één ingang had, moet de theorie dat de resten van de mensachtigen expres in de kamer werden neergelegd/begraven worden herzien, zo stelt Thackeray. Hij denkt dat zijn theorie tevens onderschreven wordt door het feit dat de individuen die in de grot zijn aangetroffen – ongeveer vijftien mensachtigen – sterk uiteenlopende leeftijden hebben. Het lijkt dan ook te gaan om een familiegroep. “Misschien stierf deze groep door toedoen van een crisis nabij de ingang van de kamer of het instorten van een dak in het grottenstelsel, waardoor de groep vast kwam te zitten.”