Een eeuw geleden trad de rivier de Seine buiten de oevers en kwamen de prachtige boulevards van Parijs onder water te staan. Duizenden inwoners moesten hun huizen verlaten. Een nare situatie die zich binnen tien jaar gaat herhalen. Dat beweren experts vandaag. Maar als het nu gebeurt, dan zijn de gevolgen tienmaal erger.

“Een overstroming is onvermijdelijk,” beweert Louis Hubert, directeur van de regio Parijs binnen het ministerie van ecologie en duurzame ontwikkeling. “We kunnen simpelweg zeggen dat we vrijwel zeker weten dat er flinke, nieuwe overstromingen komen, maar we weten niet wanneer.”

De kans dat een overstroming zoals in 1910 elk jaar plaatsvindt is 1 op 100. De vloed raakte honderd jaar geleden zo’n 200.000 mensen. Zij moesten hun huizen verlaten en zaten maandenlang zonder stroom. Totale kostenplaatje voor de staat: omgerekend ongeveer 1,5 miljard euro.

Als een dergelijke vloed vandaag de dag optreedt, krijgen ongeveer één miljoen Parijzenaars daar met te maken. Nog eens zo’n twee tot drie miljoen mensen komen een aantal dagen zonder elektriciteit te zitten. De kosten zouden op kunnen lopen tot 15 miljard euro.

Natuurlijk heeft Parijs sinds 1910 maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. Bruggen zijn hoger komen te liggen en de rivierbedding is verdiept. Maar de verstedelijking gaat ook door. Bij een overstroming zouden belangrijke musea zoals het Louvre, Musée d’Orsay en Musée du Quai Branly natte voeten krijgen. “We hebben een overstromingsplan en werken daar hard aan,” vertelt een woordvoerder van het Louvre. De werken van onschatbare waarde kunnen in geval van nood naar het stadje Cergy-Pontoise worden gebracht. “Als er iets gebeurd, hopen we dat de Parijse brandweer ons op tijd waarschuwt.”