Nog maar enkele decennia en dan zijn de ertsen van vier belangrijke minerale grondstoffen op, zo blijkt uit Nederlands onderzoek.

Onderzoeker Theo Henckens komt tot die conclusie in zijn proefschrift. Hij pleit ervoor de schaarse ertsen te recyclen en waar mogelijk te vervangen door andere grondstoffen.

Antimoon
Over welke ertsen heeft Henckens het? Nou bijvoorbeeld antimoon. Misschien gaat er niet gelijk een belletje rinkelen, maar de kans is zeer groot dat je het mineraal in huis hebt. Zo zit het brandvertragende mineraal bijvoorbeeld vaak verwerkt in het plastic omhulsel van het beeldscherm van een computer. Als we antimoon in deze mate blijven gebruiken, zal het over zo’n dertig jaar op zijn. En antimoon is lang niet het enige ‘bedreigde’ mineraal. Als we in hetzelfde tempo zink, goud en molybdeen uit de grond blijven halen, zullen ook de ertsen van deze mineralen nog voor het jaar 2100 zijn uitgeput.

Minder winnen
Om dat doemscenario te voorkomen, moeten we de winning flink verlagen: met minstens tachtig procent. In het geval van goud en antimoon moeten we de winning zelfs met respectievelijk 92 en 96 procent terugdringen. Daarnaast is het zaak dat we schaarse mineralen gaan recyclen en waar mogelijk vervangen door andere grondstoffen. Zo kan antimoon vrij gemakkelijk en goedkoop vervangen worden door een andere stof, maar dat gebeurt nu nog niet.

Misschien vraag je je af hoe het zover heeft kunnen komen. Want als grondstoffen schaarser worden, worden ze duurder en gaat de markt toch vanzelf op zoek naar alternatieven? Dat zou je denken. Maar Henckens toont aan dat de prijsontwikkeling van schaarse delfstoffen nauwelijks verschilt van die van niet-schaarse delfstoffen. De prijs van een delfstof stijgt pas werkelijk als deze al bijna op is (en het dus eigenlijk reeds te laat is).