Grappig genoeg bleken een paar vrouwtjes het voorgeschotelde zaad links te laten liggen en de maagdelijke voortplanting te verkiezen.

Het is voor het eerst dat haaien op zo’n grote schaal kunstmatig geïnsemineerd zijn. “Er zijn wel eerder haaien kunstmatig geïnsemineerd, maar het ging dan altijd om slechts enkele vrouwtjes,” aldus onderzoeker Jennifer Wyffels. “Met dit onderzoek zitten we in de dubbele cijfers en daardoor konden we ook verschillende manieren waarop je sperma voorafgaand aan inseminatie kunt voorbereiden en opslaan, testen.”

Het onderzoek
De onderzoekers verzamelden zaad van negentien witgestippelde bamboehaaien. Een deel ervan werd kort daarna bij vrouwtjes ingebracht. Een ander deel werd eerst 24 of 48 uur bij een temperatuur van 4 graden Celsius opgeslagen en daarna bij de vrouwenhaaien ingebracht.

De meeste jongen werden op de wereld gezet door vrouwtjes die ‘vers’ sperma ontvingen. Maar ook de haaien die het met 24 of 48 uur oud sperma moesten doen, werden zwanger. Opmerkelijk is dat twee van de geïnsemineerde haaien het geïnsemineerde zaad links lieten liggen en eigenhandig drie jongen op de wereld zetten, middels parthenogenese. Hierbij leidt de combinatie van eicellen tot een embryo. De resulterende jongen dragen alleen het genetisch materiaal van hun moeder met zich mee.

Veel onduidelijk
Waarom deze vrouwtjes het zaad – dat ze toch op een presenteerblaadje werd aangereikt – niet gebruikten, is onduidelijk. “Was het niet langer bruikbaar? ‘Vonden’ ze de kwaliteit niet goed en ‘besloten’ ze daarom om het niet te gebruiken?” Het blijft gissen. En Wyffels benadrukt dat we eigenlijk nog heel weinig weten over hoe haaien zich nu precies voortplanten. “Wat bepaalt het lot van een eicel en zorgt ervoor dat deze zich ontwikkelt middels parthenogenese of juist middels bevruchting? Het zijn zomaar een paar vragen die dit onderzoek voortbrengt.”

Succes
In totaal resulteerde de studie in zo’n 97 babyhaaien. Waaronder baby’s die voortkwamen uit sperma van twee dagen oud en met ouders die maar liefst 4800 kilometer van elkaar gescheiden waren. “Dat is absoluut een primeur,” aldus Wyffels.

Fokprogramma’s
De onderzoekers hopen dat hun studie ertoe leidt dat kunstmatige inseminatie in de toekomst ook regelmatig door aquaria wordt toegepast. Nu is het voor fokprogramma’s vaak nog noodzakelijk om haaien met elkaar in contact te brengen. Maar die traditionele aanpak heeft ook nadelen, zo stelt onderzoeker Kevin Feldheim. “Complete dieren van het ene naar het andere aquarium verplaatsen om ze te laten paren is kostbaar en kan stressvol zijn voor het dier.” Kunstmatige inseminatie is een stuk minder ingrijpend. “Nu kunnen we genen gewoon verplaatsen door sperma te verplaatsen.”

Uitdagend
Tegelijkertijd is ook kunstmatige inseminatie niet altijd even gemakkelijk, zo benadrukt Wyffels. “De grootste uitdaging is – net als bij veel andere soorten – dat je de inseminatie goed moet timen, zodat deze samenvalt met de eisprong bij het vrouwtje.” In het geval van de witgestippelde bamboehaai was dat nog niet zo heel lastig. “Deze soort ovuleert meerdere maanden op rij. Maar sommige haaiensoorten ovuleren slechts elke twee of drie jaar gedurende een week of twee. Je kunt je voorstellen dat het dan lastiger is om de procedure op het juiste moment uit te voeren.”

De waarde van aquaria
Toepassing in het wild is niet ondenkbaar, maar – om dezelfde redenen – wel moeilijker. Want subtiele veranderingen in het gedrag die erop wijzen dat een vrouwtje ovuleert zijn in een aquarium nu eenmaal gemakkelijker waar te nemen dan in de oceaan. Toch denken de onderzoekers dat kunstmatige inseminatie – zelfs als deze voornamelijk in aquaria plaatsvindt – indirect ook van grote waarde kan zijn voor (bedreigde) haaien in het wild. Zo kan het meer inzicht geven in de nog altijd in nevelen gehulde voortplantingsmechanismen van de haai. En wellicht kunnen in het aquarium middels kunstmatige inseminatie verwekte jongen op termijn ook in het wild worden uitgezet en kleine populaties gaan versterken.

Voor nu is het onderzoek echter vooral de opmaat naar meer onderzoek. “Eén van de doelen van dit onderzoek was: kijken of het werkt,” stelt Feldheim. En dat deed het. “Nu kunnen we het onderzoek uit gaan breiden naar andere dieren die daadwerkelijk hulp nodig hebben bij de voortplanting.” Bovenaan het lijstje vinden we de zandtijgerhaai. “Een beschermde soort die in sommige delen van zijn leefgebied ernstig bedreigd wordt. Het zijn heel charismatische, langlevende haaien die populair zijn in aquaria, maar zich niet vaak voortplanten.” De in deze studie opgedane kennis wordt nu al gebruikt om daar verandering in te brengen. “We hopen te gaan achterhalen waarom de zandtijgerhaai zich niet vaak voortplant en de voortplanting te bevorderen middels kunstmatige inseminatie (…) En uiteindelijk hopen we – na ook wat meer onderzoek te hebben gedaan – dat deze aanpak ook gebruikt kan worden om andere zeldzame en bedreigde haaien- en roggensoorten te helpen.”