In 2012 is het zover: dan moeten landen zich verantwoorden en aantonen dat ze hun emissie ten opzichte van 1990 flink hebben teruggeschroefd. Het klinkt prachtig en er zijn veel politieke en economische belangen en dus ruzies mee gemoeid. Tevergeefs, zo meent onderzoeker Matthias Jonas. De foutmarges zijn namelijk veel te groot.

Geen enkel land weet exact hoeveel het uitstoot. De emissie wordt bepaald op basis van indirecte gegevens. Bijvoorbeeld door te bepalen hoeveel olie en kolen er zijn verbrand om de industrie en transportsector gaande te houden. Maar zo’n indirecte schatting is een weinig nauwkeurig.

Foutmarge
Alle inschattingen – inclusief hun foutmarges – worden namelijk bij elkaar opgeteld en dat levert een totale, grote foutmarge op. Volgens de berekeningen van Jonas is die foutmarge sowieso hoger dan vijf procent en ligt deze gemiddeld zelfs tussen de vijf en tien procent.

Invloed
En dat is nogal wat. Zeker omdat het gebied dat zijn uitstoot het meest terug moet dringen – de Europese Unie – slechts acht procent minder mag gaan uitstoten. Op zo’n percentage hebben die foutmarges natuurlijk een flinke invloed.

Een land kan wel denken dat het de doelen behaald heeft, maar zou er eigenlijk standaard tien procent boven moeten zitten, om daar min of meer zeker van te zijn, zo meent Jonas.