Zou het echt zo simpel zijn?

Verschillende studies suggereren dat mensen die langer zijn een grotere kans hebben op kanker. En een nieuw onderzoek – verschenen in het blad PNAS – bevestigt dat niet alleen, maar komt tevens met een verrassend simpele verklaring voor het fenomeen op de proppen: langere mensen hebben een grotere kans op kanker, omdat ze meer cellen bezitten.

Lengte en kanker
Onderzoeker Leonard Nunney boog zich over vier grootschalige studies waarin onderzoek werd gedaan naar in totaal 23 verschillende typen kanker. Uit elk van deze studies bleek dat langere mensen een verhoogde kans hadden op kanker. Over het algemeen kun je concluderen dat de kans dat iemand kanker krijgt voor elke 10 centimeter lengte ongeveer 10% toeneemt, aldus Nunney.

Aantal cellen
Maar hoe is dat nu te verklaren? Eerder dachten onderzoekers dat factoren die al vroeg in een mensenleven spelen – denk aan voeding, maar ook de sociale omstandigheden waarin iemand opgroeit – van invloed waren op zowel lengte als kankerrisico. Maar volgens Nunney is het veel eenvoudiger. “Ik heb een alternatieve hypothese getoetst die stelt dat met lengte ook het aantal cellen toeneemt en dat het hebben van meer cellen direct leidt tot een hogere kans op kanker. En de data onderschrijven deze simpele hypothese heel sterk.”

Huidkanker
In het geval van vrouwen blijkt een grotere lengte met name te leiden tot een verhoogde kans op schildklier- en huidkanker. In het geval van mannen vond Nunney met name een sterk verband tussen lengte en de kans op huidkanker. “Lange individuen hebben een verhoogde kans op bijna alle typen kanker. Maar huidkanker – zoals melanoom – zijn onverwacht sterk verbonden met lengte. Dat kan komen doordat het hormoon IGF-1 in grotere mate voorkomt in langere mensen.” IGF-1 is een zogenoemde ‘groeifactor’ die met name een belangrijke rol speelt in een vroeg stadium van het mensenleven, maar ook geassocieerd wordt met een vergrote mate van celdeling in lange volwassenen. “Als je cellen zich vaker delen, dan verhoogt dat je kans op kanker,” legt Nunney uit. “Als huidcellen zich door een hogere concentratie IGF-1 sneller delen in lange mensen, dan kan dat de verhoogde kans op melanoom verklaren.”

Slokdarmkanker
In zijn studie ontdekte Nunney ook dat een aantal typen kanker geen verband hielden met lengte. Voor deze typen kanker geldt dus dat langere mensen er geen verhoogd risico op hebben. Het gaat dan om maag-, mond-, alvleesklier en slokdarmkanker. “Het is mogelijk dat deze typen kanker sterker verband houden met omgevingsfactoren,” aldus Nunney. “Het is ook mogelijk dat in deze weefsels het aantal cellen geen verband houdt met lichaamsomvang, maar dat laatste lijkt onwaarschijnlijk.”

Mannen versus vrouwen
Het onderzoek van Nunney kan mogelijk deels verklaren waarom mannen vaker kanker krijgen dan vrouwen. Over het algemeen zijn mannen namelijk langer dan vrouwen. De lengte van mannen kan volgens Nunney voor ongeveer een derde verklaren waarom mannen vaker kanker krijgen. “Maar er moet nog iets anders spelen om dat verder te kunnen verklaren.”

Nunney hoopt met zijn studie meer inzicht te krijgen in hoe kanker ontstaat en voorkomen kan worden. Zo hoopt hij nu te gaan onderzoeken hoe grote, langlevende dieren voorkomen dat ze kanker oplopen. “Als al het andere hetzelfde is, dan zou kanker vaker voor moeten komen onder grote, langlevende dieren dan onder kleine, kortlevende dieren. Grote dieren hebben tenslotte meer cellen, maken meer celdelingen en meer mutaties mee. Maar zij (grote dieren, red.) zijn (doorgaans, red.) niet vatbaarder voor kanker. Dat noemen we Peto’s Paradox en ik denk dat deze paradox verklaard kan worden met behulp van adaptieve evolutie.” Hierbij zouden soorten die onder selectiedruk gaandeweg groter werden en langer gingen leven tevens een betere bescherming tegen kanker hebben ontwikkeld. “Ik ben geïnteresseerd in hoe soorten – terwijl ze groter worden en langer leven – die aanvullende bescherming tegen kanker verkrijgen.”