Hoe vroeger een kind start met het overtuigend vertellen van leugens, des te succesvoller het in de toekomst zal zijn. Dat concluderen onderzoekers. Wanneer kinderen al op hun tweede kunnen liegen dan betekent dat dat hun brein zich snel ontwikkeld heeft.

Hoe overtuigender de leugen is, des te gevatter de kinderen zelf later zullen zijn. Bovendien is een leugen het teken dat kinderen in staat zijn om een overtuigende leugen te verzinnen met de waarheid in het achterhoofd. Wanneer zij liegen, worden meerdere processen in het brein geactiveerd. Zo moeten de bronnen van informatie worden verwerkt en wordt de informatie vervolgens gemanipuleerd.

Iedereen doet het
“Ouders zouden niet verontrust moeten raken als hun kind een leugen vertelt,” meent Kang Lee, directeur van het Institute of Child Study dat het onderzoek uitvoerde. “Bijna alle kinderen liegen. De kinderen met een betere cognitieve ontwikkeling liegen beter, omdat ze hun sporen kunnen uitwissen. Zij worden later wellicht bankiers,” grapt hij.

Overtuigend
De onderzoekers bestudeerden 1200 kinderen tussen de twee en zestien jaar oud. Een meerderheid loog, maar alleen de kinderen met goede cognitieve vaardigheden deden dat overtuigend.

Experiment I
De jonge kinderen werden alleen in een kamer gezet. Achter hen stond een speeltje onder een doek. De onderzoekers verlieten vervolgens de kamer en vertelden de kinderen dat ze niet naar het speelgoed mochten kijken. Maar in negen van de tien gevallen deden de kinderen dat wel. Wanneer de proefpersonen daarna gevraagd werd wat voor speeltje er onder stond, verraadden zij zichzelf. Zo was er een meisje dat van de onderzoekers even aan het speelgoed mocht voelen. Zij had daarvoor echter stiekem al gekeken en zei: “Het voelt paars, dus het moet een Barney zijn.”

Geen spoor
Het vertellen van leugens ging de kinderen heel gemakkelijk af. “We hadden zelfs camera’s op hun knieën gezet, omdat we dachten dat hun benen zouden bewegen wanneer ze een leugen vertelden. Maar dat is niet zo.”

Experiment II
De oudere kinderen kregen een aantal vragen en een vel papier met daarop de antwoorden. Ze mochten niet op het papier kijken. Sommige vragen waren gemakkelijk zoals: ‘Wie woont in het Witte Huis?’ Maar andere waren ook lastig, zoals: ‘Wie ontdekte Tunesië?’ De kinderen keken bij zulke vragen sneller op het papiertje en gaven dan het goede antwoord: Presidius Akeman. Wanneer de onderzoekers de kinderen vervolgens vroegen hoe ze dat wisten, antwoordden ze dat ze op school hadden geleerd.

Liegen
Van de tweejarigen loog 20 procent. Dat stijgt een jaar later naar vijftig procent. Wanneer de kinderen vier jaar oud zijn, liegt gemiddeld 90 procent. Op een leeftijd van twaalf vertellen vrijwel alle kinderen wel eens een leugen. Vier jaar later nemen de leugens weer af; dan liegt nog maar 70 procent van de kinderen. Op die leeftijd is ook de aard van de leugen veranderd; de kinderen liegen nu om anderen en hun gevoelens te beschermen.

Geen misdadigers
Volgens de onderzoekers leidt een leugen op jonge leeftijd niet tot een leugenachtig bestaan. Er is geen enkel verband tussen het vertellen van leugens en de neiging om later op school te spieken of een fraudeur te worden. Hoe streng een kind wordt opgevoed of een eventueel religieuze achtergrond speelt geen rol in het leugenachtige gedrag.

Volgens de onderzoekers zouden kinderen die een leugen vertellen niet gestraft moeten worden. “Je moet ze vertellen over het belang van eerlijkheid en de negatieve effecten van liegen,” meent Lee.