Nieuw onderzoek suggereert dat het veel aannemelijker zou zijn geweest als het leven heel veel later was ontstaan.

Het universum is grofweg 13,8 miljard jaar oud. Onze planeet is veel jonger: deze ontstond pas 4,5 miljard jaar geleden. En vervolgens duurde het weer een tijdje voor er op de aarde leven ontstond. Je zou dan ook – met de lange geschiedenis van het universum in gedachten – kunnen concluderen dat het leven op aarde vrij laat is ontstaan. En dat het aannemelijk is dat het leven op andere – oudere – planeten al veel eerder ontstond. Sommige onderzoekers gaan daar inderdaad vanuit: ze achten het aannemelijk dat eventueel leven op andere planeten miljarden jaren ouder is dan het leven op aarde. Maar is dat wel zo? Een nieuw onderzoek trekt die conclusie ernstig in twijfel en suggereert zelfs dat het leven op aarde prematuur is: het zou veel aannemelijker zijn geweest als het vele malen later was ontstaan.

Het onderzoek
Het leven – zoals wij dat kennen – werd ongeveer 30 miljoen jaar na de oerknal in theorie al mogelijk. De eerste sterren voorzagen de kosmos toen van de noodzakelijke elementen: koolstof en zuurstof. Over ongeveer tien biljoen jaar zullen de laatste sterren sterven en behoort leven in de kosmos niet langer tot de mogelijkheden. Wetenschappers hebben nu gekeken hoe waarschijnlijk het is dat leven tussen die twee punten – 30 miljoen jaar na de oerknal en tien biljoen jaar na het heden – ontstaat.

“Wij hebben ontdekt dat de kans op leven in de verre toekomst veel groter is”

Kans op leven groeit
En wat blijkt? De kans dat leven ontstaat is vandaag de dag veel groter dan in de tijd dat het leven op aarde ontstond. En die kans groeit met de dag. In andere woorden: het leven op aarde is wellicht prematuur. “Als je vraagt: ‘Wanneer is de kans dat leven ontstaat het grootst?’ dan zou je heel naïef misschien zeggen: ‘Nu!’,” vertelt onderzoeker Avi Loeb. “Maar wij hebben ontdekt dat de kans op leven in de verre toekomst veel groter is.”

Levensduur van een ster
Verschillende factoren zijn van invloed op de kans dat op een planeet leven ontstaat. Maar de levensduur van een ster is veruit de belangrijkste factor, zo stellen Loeb en collega’s. Hoe groter de massa van een ster, hoe korter deze meegaat. Een voorbeeldje: sterren die meer dan drie keer zo zwaar zijn als de zon leggen al het loodje voordat eventueel leven de kans heeft om te ontstaan.
Maar naast dergelijke zware sterren zijn er ook kleinere sterren (rode dwergen). Ze wegen aanzienlijk minder dan de zon en kunnen zo’n 10 biljoen jaar gloeien. Op planeten rond deze sterren heeft het leven dus alle tijd om te ontstaan en zich te ontwikkelen. De kans dat je op zo’n planeet leven aantreft, groeit dus naarmate er meer tijd verstrijkt. Sterker nog: de kans dat je er leven aantreft is in de verre toekomst maar liefst 1000 keer groter dan nu.

Prematuur of niet?
“Dus dan kun je jezelf afvragen: waarom leven we niet in de toekomst naast een ster met een lage massa?” stelt Loeb. “Eén mogelijkheid is dat we prematuur zijn. Een andere mogelijkheid is dat de omgeving rond zo’n ster met een lage massa gevaarlijk is voor leven.” Want sterren met een lage massa mogen dan lang meegaan: ze zijn ook zeer actief. In hun jonge jaren stoten ze krachtige zonnevlammen en ultraviolette straling uit die de atmosfeer van elke rotsachtige planeet in de leefbare zone kunnen doen verdwijnen.

Maar hoe zit het nu dan? Is het leven op aarde prematuur? Of is het leven rond sterren met een lage massa te gevaarlijk? Om een antwoord op die vraag te krijgen, moeten we nabijgelegen rode dwergen en hun planeten gaan bestuderen en kijken of er op die planeten leven is. Dat is een mooi klusje voor toekomstige telescopen, zoals TESS en James Webb.