En dat is nog een conservatieve schatting; in werkelijkheid is de wereldwijde lichtvervuiling in een kwart eeuw tijd mogelijk zelfs met 270 procent(!) toegenomen.

Dat stellen Britse onderzoekers in het blad Remote Sensing. Ze baseren zich op beelden die tussen 1992 en 2017 door satellieten van het aardoppervlak zijn gemaakt.

Gevolgen
En die beelden onthullen dat het aardoppervlak ‘s nachts steeds sterker verlicht wordt. Het is zorgwekkend. “De wereldwijde verspreiding van kunstlicht tast het nachtelijke milieu aan,” zo stelt onderzoeker Alejandro Sánchez. “De essentie van de nacht is de duisternis. Wanneer we de duisternis wegnemen, nemen we dat wat veel soorten tegen predatie beschermt, weg. We helpen jagers om hun prooi te pakken, we verstoren de rust en voortplantingssystemen van soorten. En op dit moment zien we de grote en kleine gevolgen daarvan eigenlijk overal waar we er onderzoek naar doen.”

Flinke toename
En lichtvervuiling blijkt dus een groeiend probleem te zijn. Volgens Sánchez en collega’s is de lichtvervuiling in 25 jaar tijd met zeker 49 procent toegenomen. In werkelijkheid is de toename echter nog veel groter, zo vermoedt Sánchez. Want de cijfers hebben alleen betrekking op het licht dat satellieten kunnen zien. Het betekent dat de sterk in opkomst zijnde LED-verlichting deels buiten schot blijft. Deze LED-lampen geven in vergelijking met traditionele lampen namelijk meer blauw licht af. En satellietsensoren kunnen dat blauwe licht niet zien en onderschatten de lichtemissie waarschijnlijk dan ook flink. Rekening houdend met die tekortkoming in het zicht van de satellieten denken Sánchez en collega’s dat de lichtvervuiling in 25 jaar tijd in werkelijkheid wereldwijd met 270 procent is toegenomen. En in sommige gebieden mogelijk zelfs met 400 procent.

Azië en Afrika
Terug naar wat de satellieten wel kunnen zien: een wereldwijde toename in lichtvervuiling van maar liefst 49 procent. Zoomen we wat verder in, dan zien we dat de lichtvervuiling met name flink is toegenomen in Azië, Zuid-Amerika, Oceanië en Afrika. We vroegen Sánchez naar de oorzaak van die stijgende lichtemissies. “Het is een combinatie van economische groei en een verkeerd beeld van ontwikkeling. Vanuit de westerse wereld hebben we via onze films en ons beleid het beeld geschapen dat meer licht meer rijkdom betekent. Maar dat is een vertekend beeld. Zo zie je nu dat Duitsland – één van de meest ontwikkelde landen in de wereld – het minst lichtgevend is. Daarnaast zijn we in het westen ook kritischer als het gaat om het behoud van de duisternis. In deze regio’s (Azië, Zuid-Amerika, Oceanië en Afrika, red.) zijn er veel minder activisten en staat bedrijven dus niets in de weg om te ‘overlichten’. Ook zijn we – zoals gewoonlijk – bezig om de technologieën die we hier niet (meer) willen, daar te dumpen.”

Afname
Naast regio’s waarin de lichtvervuiling flink is toegenomen, zijn er ook gebieden waar de lichtvervuiling in 25 jaar tijd lijkt te zijn teruggeschroefd. Het gaat dan bijvoorbeeld om Noord-Amerika. En ook in Europa vlakt de stijgende lichtemissie af. Dat lijkt goed nieuws, maar voorzichtigheid is op zijn plaats. “De satellieten geven ons absoluut een verkeerd beeld. Neem bijvoorbeeld Groot-Brittannië.” Volgens de satellieten is de lichtemissie hier afgenomen. Maar we weten dat ongeveer 66 procent van de buitenverlichting in Groot-Brittannië nu uit LEDs bestaat. “En dat betekent dat de hoeveelheid lichtvervuiling omhoog is geschoten en wel omdat de traditionele verlichting voornamelijk vervangen is door 4000K en 3000K LEDs. Hetzelfde zien we in Italië en Spanje.”

Het probleem met LED-verlichting
In een poging energie te besparen, wordt er ook voor buitenverlichting massaal overgestapt op LED-verlichting. Onterecht, zo stelt Sánchez. “De meest efficiënte en duurzame verlichting (voor buiten, red.) is nog altijd de lagedruknatriumlamp. Maar die lampen zijn veel goedkoper dan LEDs en kunnen alleen oranjegeel licht geven en daarom zijn ze door de industrie uit commercieel belang al snel overbodig gemaakt.” Op straat zijn LEDs dus niet de meest energiezuinige keuze. En als klap op de vuurpijl zijn ze dan in de praktijk ook nog lichtvervuilender dan andere typen verlichting. “De LEDs zijn van nature niet vervuilender. Wij of beter gezegd: de industrie, kiest ervoor om ze vervuilender te maken. We kunnen LEDs van elke kleur gebruiken, maar we hebben voor witte LEDs gekozen. En die witte LEDs zijn over het algemeen lichtvervuilender, omdat hun licht veel verder verstrooit in de atmosfeer en een grotere impact heeft op de natuur. Zo trekt het licht meer insecten aan. Als we zouden kiezen voor Amber LEDs (die geel/oranje van kleur zijn, red.) of LEDs met een lage kleurtemperatuur, zoals 2200K, zouden we de lichtvervuiling in veel plaatsen in Europa en Amerika (met de overstap op LED-verlichting, red.) hebben teruggedrongen.”

De onderzoekers zijn nog bezig om helder te krijgen in hoeverre de door satellieten waargenomen lichtemissies afwijken van de werkelijke lichtvervuiling. Maar het verschil lijkt groot te zijn. “In Milan laten satellieten bijvoorbeeld een afname in lichtemissies van 50 procent zien, terwijl deze in werkelijkheid zeker met 27 procent is toegenomen.” Het goede nieuws is echter dat het met LEDs niet heel ingewikkeld is om de lichtemissie terug te dringen. “Eén van de voordelen van LEDs is dat je ze kunt dimmen.”

Overheid
Als het om de bestrijding van lichtvervuiling – en de daaruit voortvloeiende problemen in de natuur – gaat, ligt er duidelijk een belangrijke taak voor de overheid. En het is tijd dat zij hun geliefde LEDs ten goede gaan gebruiken, vindt Sánchez. “LEDs kun je gemakkelijk dimmen, gemakkelijker richten en we kunnen ze in elke kleur maken.” Het betekent dat we door slimmere keuzes te maken de lichtvervuiling flink kunnen terugdringen. Veel landen kunnen wat Sánchez betreft een voorbeeld nemen aan Frankrijk. “Frankrijk is als het om de beperking van lichtvervuiling gaat, één van de landen die voorop loopt. 12.000 gemeenten in Frankrijk doen hun lichten uit en lichten met een kleurtemperatuur boven de 3000 K zijn verboden.” Het staat haaks op wat we in Nederland zien. “Nederland is een beetje bijzonder,” vindt Sánchez. “Het is één van de weinige landen ter wereld waarin het naarmate het later op de avond wordt, lichter wordt. Dat komt door de kassen. En het is het tegenovergestelde van de 12.000 Franse gemeentes die rond middennacht juist de lichten doven.”

Naast overheden kunnen overigens ook burgers hun steentje bijdragen in de strijd tegen lichtvervuiling. “Wij kunnen de lampen in onze achtertuin uitdoen, de gordijnen dichtdoen en auto’s met warme in plaats van felle lichten kopen. Maar het allerbelangrijkste is toch om je volksvertegenwoordigers te vragen hun werk te doen en kwaliteitsproducten aan te schaffen die de nacht beschermen.”