De mantel van de maan is wellicht verrassend waterrijk. Dit concluderen astronomen naar aanleiding van onderzoek naar vulkanische afzettingen op de natuurlijke satelliet van de aarde.

Wetenschappers dachten altijd dat het binnenste van de maan amper water bevat. Tien jaar geleden kwam er een omslagmoment. Toen vond een team van wetenschappers water in kristallen, dat meegenomen was door Apollo-astronauten. De kristallen met insluitsels van gestold magma bevatten honderd keer meer water dan gedacht en zijn lang geleden tijdens vulkaanuitbarstingen vanuit het binnenste van de maan naar het oppervlak gebracht.

“De grote vraag is of de Apollo-monsters representatief zijn voor de hele maan of dat slechts een deel van de maan waterrijk is”, zegt hoofdauteur Ralph Milliken. “Vandaar dat we satellieten hebben gebruikt om vulkanisch materiaal op verschillende plekken op de maan te analyseren. Overal vonden we sporen van water, dus waarschijnlijk is er overal water in de bodem te vinden.”

De onderzoekers gebruikten spectrometers om te meten hoeveel licht er wordt teruggekaatst van het oppervlak van de maan. Door te kijken welke golflengten er worden geabsorbeerd of worden gereflecteerd, leerden wetenschappers meer over welke mineralen en andere materialen er op het oppervlak liggen.

Het nadeel van deze methode is dat het oppervlak van de maan overdag flink opwarmt, waardoor de spectrometers ook hitte meenamen in de data. “We moesten hier dus rekening mee houden”, zegt Milliken. De gegevens van de Moon Mineralogy Mapper, een instrument aan boord van de Indiase Chandrayaan-1-orbiter, werden door Milliken en zijn team gefilterd.

Water oppompen of meenemen?
De maan is bij lange na niet zo waterrijk als de aarde. Een simpele waterput is echt niet genoeg om water op te pompen. Water is verantwoordelijk voor 0,05% van het gewicht van de vulkanische afzettingen in de maankristallen. Toch zijn de afzettingen zo groot, dat kolonisten er in de toekomst wellicht wel iets mee kunnen. Toekomstige maankolonisten hoeven het water wellicht niet van ‘thuis’ mee te nemen.