Het binnenste van de maan is vrijwel kurkdroog. Dat concluderen wetenschappers na een grondige analyse van stenen die de Apollo jaren geleden mee naar de aarde bracht. Het onderzoek wijst erop dat het enige water op de maan afkomstig is van komeet- en asteroïde-inslagen. Veel water heeft de natuurlijke satelliet verloren door verdamping.

Wetenschapper Zachary Sharp van de universiteit van Mexico bestudeerde het gesteente en lette daarbij voornamelijk op de isotopen van chloor. Chloor geeft namelijk een goed beeld van de hoeveelheid water die voorhanden is. Als de maan net zoveel water zou bevatten als de aarde, dan zouden er in de gesteenten net zoveel chloor-isotopen moeten zitten als op aarde. Maar dat is niet het geval. Sharp kan dan ook maar één conclusie trekken: het binnenste van de maan is droog en bevat geen water.

Inslag
De ontdekking van watermoleculen in kraters op de polen van de maan, wordt daarmee niet van tafel geveegd. Wel toont het onderzoek aan dat dit water niet op de maan ontstaan is, maar van buitenaf komt. “De nieuwe resultaten wijzen erop dat het water dat de maan door kometen en asteroïde-inslagen bereikte, waarschijnlijk het enige water is,” meent expert Trevor Ireland.

Vorming
Volgens Ireland zijn de resultaten van dit onderzoek in lijn met de ideeën die astronomen hebben over de vorming van de maan. “De maan verloor al diens water tijdens inslagen: het verdampte en kon dus niet condenseren.”

Door het onderzoek rijst de vraag hoe dat dan met het water op aarde zit. “Het water kwam wellicht ook later door continue bombardementen van kometen of meteorieten op aarde,” bedenkt Ireland.