Het is een interessante kwestie: kun je als klimaatwetenschapper je mening over het milieu uiten, zonder je wetenschappelijke onafhankelijkheid te verliezen?

Anderhalve week geleden marcheerden er in Nederland zo’n vijftig wetenschappers mee met de wereldwijde klimaatmars. Hun doel? Het urgente probleem van de klimaatcrisis onderstrepen. Want waar wetenschappers eerder op de vlakte bleven roept Michiel in ’t Zandt, promovendus en junior docent Microbiologie aan de Radboud Universiteit, nu juist op voor een wat actievere houding. Maar wat is de rol van de wetenschap en van wetenschappers ten aanzien van een urgent probleem als de klimaatcrisis eigenlijk? Mag je je stem laten horen of kun je je als wetenschapper beter van elke ‘activistische houding’ afzijdig houden?

Zorgen
Dat het klimaat verandert, staat buiten kijf. Veel Nederlandse wetenschappers maken zich dan ook zorgen over klimaatverandering. Maar die zorgen worden maar zelden geuit. Sommige onderzoekers zien dat niet als hun werk, anderen zijn bang voor negatieve publiciteit in de media en weer anderen vrezen voor het verlies van hun wetenschappelijke onafhankelijkheid. Want hoe objectief ben je nog als je luid en duidelijk je mening over de kwestie kenbaar maakt? Toch ziet In ’t Zandt dit anders. “Er is overweldigend wetenschappelijk bewijs dat het klimaat verandert en grote risico’s met zich mee brengt,” zegt hij tegen Scientias.nl. “Denk aan het risico op lagere landbouwopbrengsten, hetgeen kan leiden tot voedseltekorten. Wetenschappers zouden dit soort gevaren meer moeten uitdragen, dat is onze morele plicht.” En daarom werd afgelopen zomer Scientists4Future Nederland opgericht; een groep wetenschappers met als streven een actievere rol voor wetenschappers in de discussie over en de aanpak van de klimaatcrisis.


Scientist4Future
Scientists4Future Nederland verenigt wetenschappers die vinden dat zij een  maatschappelijke opdracht hebben: het publiek informeren en waarschuwen. “Wij benadrukken de maatschappelijke rol die wetenschappers naast hun normale werk hebben: het publiek waarschuwen voor het naderend onheil,” zegt In ’t Zandt. ‘Onze eerste actie was het faciliteren van een consensusverklaring omtrent de klimaatstaking op vrijdag 27 september, waar naar schatting 35.000 mensen aan hebben deelgenomen. In de verklaring zeggen we: de zorgen van de klimaatstakers zijn gegrond. Momenteel is de consensusverklaring door meer dan 2000 wetenschappers ondertekend, van promovendi tot professoren, van alle universiteiten en disciplines in Nederland.”

Verklaring
En die consensusverklaring schuift niets onder stoelen of banken. “De door de mens veroorzaakte klimaatverandering is onmiskenbaar en wordt waargenomen over de gehele wereld, bijvoorbeeld in de hoeveelheid extreem weer, zeespiegelstijging en de temperatuur van de oceaan,” zo staat geschreven in de verklaring. “Klimaatverandering bedreigt natuurlijke ecosystemen en biodiversiteit, de landbouw, de gebouwde omgeving, de menselijke gezondheid, de watervoorziening en de wereldvrede. Wij constateren dat de huidige inspanningen om klimaatverandering in te perken inadequaat zijn. Het voorkomen van de meest ingrijpende gevolgen van klimaatverandering vereist gecoördineerde actie op mondiaal, nationaal en lokaal niveau, gericht op het zo snel mogelijk terugbrengen van emissies naar (netto) nul en vervolgens een afname van broeikasgassen in de atmosfeer. De basisbehoeften en levens van miljarden mensen staan op het spel wanneer deze uitdagingen (zoals vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs) niet overwonnen worden.” Lees hier de hele verklaring.

Wie hebben de verklaring ondertekend?
2000 wetenschappers hebben ondertussen de verklaring ondertekend. Maar uit welke onderzoeksvelden zijn zij voornamelijk afkomstig? Volgens In ’t Zandt is ongeveer 35 procent van de ondertekenaars actief binnen de natuurwetenschappen en geowetenschappen, waaronder ook klimaatwetenschappen valt. “Het “klimaatinstituut” IMAU heeft als geheel ondertekend,” zegt hij. “Ongeveer 20% is bioloog en ecoloog, wat niet verbazend is gezien de brede crisis in de ecologie. Belangrijk als het gaat om oplossingen is de steun van de sociale en gedragswetenschappers (15%) en ingenieurs (10%). De resterende 20% van de ondertekenaars heeft een diverse achtergrond en varieert van economen tot medici. Andere institutionaire ondertekenaars zijn de Jonge Akademie van de KNAW en de Utrecht Young Academy.”

Activistisch?
Hoewel zo’n verklaring misschien enigszins als activistisch kan worden gezien, vindt In ’t Zandt dat niet. Ook hoeven wetenschappers volgens hem niet zo terughoudend te zijn en vrezen voor het vermeende verlies van onafhankelijkheid. “Wetenschappelijke integriteit en deelname aan het publieke debat kunnen mijns inziens prima hand in hand gaan zonder je betrouwbaarheid te verliezen,” betoogt hij. “Wanneer artsen waarschuwen voor een naderende epidemie, trekken we hun betrouwbaarheid in twijfel? Ik hoop het niet. Wij denken zelfs dat de betrouwbaarheid van de wetenschap juist zal tóenemen door een meer prominente rol: wij handelen slechts naar de uitkomsten van het onderzoek en benadrukken de ernst van de situatie. Dit niet doen zou een ontkenning van onze eigen conclusies zijn.” Volgens de wetenschapper is het wel heel belangrijk om wetenschappelijk integer te blijven. “We zullen ons daarom altijd op feiten en wetenschap blijven baseren,” zegt In ’t Zandt.

“Wanneer artsen waarschuwen voor een naderende epidemie, trekken we hun betrouwbaarheid in twijfel? Ik hoop het niet”

Heroverwegen
De uitdagingen die klimaatverandering momenteel met zich meebrengt zijn van een nooit eerder vertoonde en overziene omvang. En dat is één van de redenen waarom wetenschappers volgens In ’t Zandt hun rol in de samenleving moeten heroverwegen. “Wij zien het als onze taak om meer inzicht te geven in de relatie tussen klimaatverandering en bijvoorbeeld de verhoogde frequentie van extreem weer, veranderende ecosystemen en het verlies van biodiversiteit, maar ook de ongelijke bijdrage van landen aan klimaatverandering en de ongelijke verdeling van de gevolgen ervan,” zegt hij. “Een groter bewustzijn over de omvang van de klimaatrisico’s zal zorgen voor meer betrokkenheid en begrip voor ingrijpender beleid.” En dat beleid is nodig. Het eerste IPCC klimaatrapport verscheen in 1990. Sinds dat jaar zijn de broeikasgasemissies alleen maar toegenomen. De totale emissies vanaf 1990 tot nu zijn ongeveer net zo groot als in alle eeuwen daarvoor. Met andere woorden: het probleem is in omvang verdubbeld sinds het bekend is. Toch is nu pas het moment aangebroken dat wetenschappers zich zichtbaarder durven te uiten en uit de schaduw stappen. “Het bewustzijn dat het niet de goede kant op gaat is momenteel groot onder wetenschappers en verklaart, denk ik, de grotere bereidheid om zich te uiten,” stelt In ’t Zandt. “Je ziet een positieve ontwikkeling naar een meer communicatieve rol van wetenschappers. Veel wetenschappers uiten hun steun en zetten concrete stappen om klimaatverandering en de gerelateerde problemen kenbaar te maken.”

Toekomst
Waarschijnlijk hebben we dus het laatste nog niet van Scientist4Future gehoord. De kern van de groep bestaat momenteel uit zo’n tien wetenschappers afkomstig van verschillende Nederlandse universiteiten. De consensusverklaring was de eerste stap om een breder publiek te bereiken. Maar dit is nog niet het eindstation. “We beraden ons nog op vervolgacties en kijken waarmee we het meeste effect kunnen hebben,” zegt In ’t Zandt. “Eén idee is om onze eigen universiteiten aan te sporen een harder ‘klimaatbeleid’ te voeren, zowel in de bedrijfsvoering, als in de richting van het onderzoek en de communicatie naar buiten toe. Binnen educatie willen we de wetenschappelijke informatie inzichtelijk maken voor de jongere klimaatspijbelaars. Vanuit de politieke invalshoek ligt momenteel het Klimaatakkoord op tafel. De daarin gestelde doelen moeten echter waargemaakt worden. Bovendien zijn een aantal zaken, zoals de luchtvaart, momenteel buiten schot gelaten. Hier kunnen we op wijzen. Ook het thema ‘klimaatrechtvaardigheid’ wekt een interessante discussie op: zouden rijkere landen zich meer moeten inspannen dan armere landen? In dat geval is het Klimaatakkoord niet voldoende. Als Scientists4Future NL kunnen we onze wetenschappelijk-kritische blik hierop werpen.”

Maar dat is op dit moment nog toekomstmuziek. In ’t Zandt is momenteel al erg tevreden met wat Scientist4Future tot nu toe bereikt heeft. “Tijdens de klimaatstaking in Den Haag liepen er ongeveer vijftig wetenschappers mee, een heel mooi resultaat als je beseft dat we nog maar twee maanden bestaan,” zegt hij. “Een deel van de mensen heeft aangegeven in de toekomst ook actief te willen zijn voor Scientists4Future NL. Het is prachtig om te zien dat het broeit en groeit onder wetenschappers.”