Dit zal het zoeken naar bewijs van leven op de rode planeet wat makkelijker maken.

Als je een plek op aarde moet aanwijzen die het meeste weg heeft van Mars, dan is het wel de kurkdroge Atacama-woestijn in de Chili. Dus wat zou een betere plek op aarde zijn om een marsrover te testen, dan daar? Onderzoekers van NASA besloten een testrobot naar de Zuid-Amerikaanse woestijn te sturen en lieten ‘m de bodem afspeuren naar micro-organismen. En met succes. Want nadat de rover wat in de grond gewroet had, bleken de monsters inderdaad microben te bevatten.

Marsmissies
In 2020 wil NASA en de Europese Ruimtevaartorganisatie starten met nieuwe Marsmissies om rovers op het oppervlak van de rode planeet te zetten. Deze marsrovers zullen zoeken naar bewijs van leven – uit het verleden of heden – door in de grond te boren en monsters te nemen van onder het marsoppervlak. Om ervoor te zorgen dat deze ruimtemissies slagen, wordt de technologie eerst uitvoerig op aarde getest. “We hebben aangetoond dat een robot-rover met succes ondergrondse monsters kan nemen in de meest Mars-achtige woestijn op aarde,” zegt hoofdonderzoeker Stephen Pointing. “Dit is belangrijk omdat de meeste wetenschappers het erover eens zijn dat elk leven op Mars zich onder het oppervlak zou moeten bevinden.”


Atacama-woestijn
De Atacama-woestijn leent zich perfect voor dit soort proeven. “De kern van de Atacama-woestijn is kurkdroog en heeft het tientallen jaren zonder regenval moeten doen,” legt Pointing uit. “Daarnaast wordt de woestijn blootgesteld aan hoge UV-straling en is de grond erg zout. Dit is daardoor de beste overeenkomst die we hebben met Mars.”

Verschillen
Hoewel er de nodige overeenkomsten zijn tussen de Atamaca-woestijn en Mars zijn er ook verschillen. Zo is Mars nog droger dan de woestijn en bovendien veel kouder. Maar dat is niet altijd zo geweest: miljarden jaren geleden was de planeet nat en warm. De planeet zou zelfs kleine oceanen en meren hebben gehad waarin leven kon ontstaan. Geleidelijk aan werd de planeet echter droger en kouder, wat eventuele micro-organismen de tijd en ruimte heeft gegeven om zich – net als de micro-organismen in de Atacama-woestijn – aan te passen.

Graven
Door de barre omstandigheden in extreme omgevingen moeten marsrovers diep graven om potentieel leven te kunnen bereiken. Daarom werd er op de testrobot een boor geïnstalleerd die tot een diepte van 80 cm kan graven. Vervolgens vergeleken de onderzoekers de monsters die de rover had verzameld met grondmonsters die zorgvuldig met de hand verworven waren. Met behulp van ‘DNA-sequencing’ ontdekten de onderzoekers dat de microben in de sedimenten die op beide manieren vervaardigd waren, overeenkwamen. En dit betekent dat de rover met succes leven in extreme omgevingen kan detecteren. “We hebben microben gevonden die zijn aangepast aan hoge zoutgehaltes, vergelijkbaar met wat kan worden verwacht op Mars,” zegt Pointing.

De onderzoeker benadrukt dat in toekomstig onderzoek er nog dieper gegraven gaat worden. “Tijdens de Marsmissies willen we tot ongeveer 2 meter gaan boren,” zegt hij. “Het hebben van een op aarde gebaseerde vergelijking zal helpen om te kijken tegen welke potentiële problemen we aanlopen en welke resultaten we krijgen. Daarnaast zijn studies naar de plekken waar microben voorkomen in de meest extreme gebieden op aarde ook van cruciaal belang voor het vinden van leven op andere planeten.”