Het suggereert dat ze een andere ontstaansgeschiedenis hebben dan ons zonnestelsel.

Canadese onderzoekers bestudeerden 909 door Kepler ontdekte planeten die thuishoorden in 305 planetaire stelsels die stuk voor stuk meerdere planeten herbergden. Die planetaire stelsels waren doorgaans tussen de 1000 en 4000 lichtjaar van de aarde verwijderd.

Twee patronen
Middels een statistische analyse stuitten de onderzoekers op twee verrassende patronen. Zo bleken exoplaneten doorgaans dezelfde omvang te hebben als hun buurman. In andere woorden: als je vanaf de moederster naar de rand van het planetaire stelsel reist en een kleine planeet tegenkomt, is de kans zeer groot dat de eerstvolgende planeet ook klein is. Daarnaast bleken planeten die rond dezelfde moederster cirkelden doorgaans regelmatig over de ruimte verspreid te zijn.

Erwten in een peul
“De planeten in een systeem zijn doorgaans vergelijkbaar in grootte en regelmatig gespatieerd, net als erwten in een peul,” stelt onderzoeker Lauren Weiss. Het wijst mogelijk op grote verschillen in de ontstaansgeschiedenis van deze planetaire systemen en ons eigen zonnestelsel. In ons zonnestelsel zien we namelijk iets heel anders: in het binnenste deel treffen we bijvoorbeeld planeten van verschillende groottes aan, waartussen bovendien verrassend veel ruimte zit. Er zijn sterke aanwijzingen dat die ‘chaos’ te wijten is aan de activiteiten van Saturnus en Jupiter: die zouden het zonnestelsel in hun jonge jaren flink verstoord hebben. Dat de planeten in de meeste planetaire stelsels qua grootte vergelijkbaar zijn en regelmatig over de ruimte verdeeld zijn, kan er dan ook op wijzen dat de meeste planetaire stelsels sinds hun totstandkoming niet zo sterk zijn verstoord als het onze.

Keck
Als die hypothese klopt, zou je verwachten dat de meeste planetaire stelsels geen Jupiter-achtige planeten hebben die op grote afstand om hun moederster cirkelen. Dat idee zijn Weiss en collega’s nu verder aan het verkennen. Daartoe wordt met behulp van het Keck Observatory gezocht naar Jupiter-achtige planeten in de 305 onderzochte planetaire systemen. Het is namelijk zo dat Kepler voornamelijk goed in staat is om planeten die dicht bij hun ster staan, op te sporen. En dus is onduidelijk wat er op grote afstand van die sterren wellicht nog te vinden is. De onderzoekers gaan dat uitzoeken en hopen gaandeweg te ontdekken of er een verband is tussen de aan- of afwezigheid van Jupiter-achtige planeten en de patronen die we zien in het hart van multi-planetaire systemen.

De overeenkomsten die er – met name in het binnenste van multiplanetaire systemen – tussen de omvang van planeten zijn, vragen hoe dan ook om een verklaring. Als het onderzoekers lukt om de beslissende factor voor de omvang van planeten te identificeren, kunnen ze mogelijk ook vaststellen welke sterren waarschijnlijk aardachtige – en dus potentieel leefbare – planeten herbergen.