Een analyse van de speeches van hedendaagse en historische Amerikaanse presidentskandidaten en presidenten onthult dat Trump, Bush en Cruz simpele woorden en makkelijke grammatica gebruiken om hun kiezers te overtuigen.

Het niveau van toespraken verschilt flink. George W. Bush scoort het laagst. Qua grammatica lagen zijn speeches op één lijn met het taalgebruik van kinderen in groep 7 van de basisschool. Andere presidenten en presidentskandidaten gebruiken meer moeilijke woorden, maar nergens overstijgen de toespraken het taalgebruik van een gemiddelde zestienjarige.

Taalgebruik van presidenten en presidentskandidaten. Let op: grade 6 staat voor groep 8, grade 8 voor tweede klas voortgezet onderwijs, etc.

Taalgebruik van presidenten en presidentskandidaten. Let op: grade 6 staat voor groep 8, grade 8 voor tweede klas voortgezet onderwijs, etc.

Eerder onderzoek van Boston Globe bevestigde dat Donald Trump spreekt op het niveau van een groep 6-leerling. Dit blijkt niet helemaal correct te zijn. “Als we spreken, gebruiken we minder gestructureerde taal met kortere zinnen”, zegt onderzoeker Maxine Eskenazi van de Carnegie Mellon universiteit. “Het is dus gevaarlijk om gesproken toespraken als geschreven teksten te analyseren.” Eskenazi en zijn collega Elliot Schumacher gebruikte het zogenoemde REAP-model, waaruit blijkt dat Trump op het niveau van een groep 8-leerling spreekt. Dit is alsnog twee ‘groepen’ lager dan zijn directe concurrenten.

Speechschrijvers van presidentskandidaten spelen heel bewust met taalgebruik. Vaak wordt het taalgebruik afgestemd op de doelgroep. Zo gebruikt Bernie Sanders lastige woorden en zinsconstructies om intellectuelen aan te spreken, terwijl Donald Trump juist de lagere inkomensklassen probeert te overtuigen met daadkrachtige, simpele taal.