rennen

Wetenschappers hebben ontdekt dat mensen – en andere primaten – dagelijks zo’n vijftig procent minder caloriën verbranden dan andere zoogdieren die net zo groot zijn. Het verklaart mogelijk waarom wij langer leven en er langer over doen om volwassen te worden.

Die conclusie trekken onderzoekers van Hunter College nadat ze zeventien verschillende soorten primaten bestudeerden. Tien dagen lang telden ze het aantal calorieën dat de dieren verbrandden. De onderzoekers bestudeerden zowel primaten in dierentuinen als in het wild.

Verrassing
“De resultaten waren echt een verrassing,” stelt onderzoeker Herman Pontzer. “Mensen, chimpansees, bavianen en andere primaten gebruiken slechts de helft van het aantal calorieën dat we verwachtten dat ze zouden verbruiken. Om dat in het juiste perspectief te plaatsen: een mens – zelfs iemand met een zeer actieve levensstijl – moet dagelijks een marathon rennen om aan het dagelijkse energieverbruik van een zoogdier van zijn grootte te komen.”

Lichaamsbeweging
Een andere opvallende conclusie is dat de primaten in gevangenschap net zoveel calorieën verbrandden als primaten in het wild. Het suggereert dat lichamelijke activiteit een minder grote invloed heeft op het dagelijkse energieverbruik dan gedacht.

Het onderzoek kan mogelijk meer inzicht geven in de gezondheid en levensduur van mensen. Door de snelheid waarmee we groeien, ouder worden en ons voortplanten te linken aan ons dagelijkse energieverbruik kunnen we een beter inzicht krijgen in de processen die ertoe leiden dat onze lichamen zich ontwikkelen en wij ouder worden. Bovendien kan het verband tussen lichaamsbeweging en het dagelijkse energieverbruik ons mogelijk helpen om een beter beeld te krijgen van obesitas en vergelijkbare stofwisselingsziekten. “Mensen leven langer dan andere apen en dragen meestal meer lichaamsvet bij zich. Begrijpen hoe de menselijke stofwisseling te vergelijken is met die van onze dichtstbijzijnde familieleden kan ons helpen om een beter beeld te krijgen van hoe onze lichamen geëvolueerd zijn en hoe we ze gezond kunnen houden.”