Menselijke levercellen – die vatbaar zijn voor dezelfde ziektes als de cellen van de muis – zijn met succes in een muis getransplanteerd. Dat betekent dat artsen de ontwikkeling van leverziektes zoals Hepatitis B en C nu in laboratoriummuizen kunnen volgen om zo nieuwe behandelingen en medicatie te ontwikkelen.

Volgens de onderzoekers van het Salk Institute for Biological Studies in Californië is de transplantatie een doorbraak in de biologische wereld. De meeste infecties doen hun werk gretig in het lichaam van de ontvanger, maar kunnen slechts een kleine groep organismen aantasten. Om die reden was het lang onmogelijk om ziektes zoals Hepatitis in muizen of ratten te plaatsen en mogelijke nieuwe behandelingen te onderzoeken.

Voordat levercellen in muizen konden worden geplaatst, moesten de onderzoekers het met petrischaaltjes doen. Maar dat werkt lang niet altijd even goed. Zo is Hepatitis heel lastig te kweken. “Menselijke levercellen zijn haast onmogelijk om met te werken, omdat ze niet groeien en moeilijk op de kweek te houden zijn,” legt onderzoeker Inder Verma uit. “Dit model opent de deur naar het gebruik van menselijke levercellen voor doelen die eerder onmogelijk waren. Deze muis kan gebruikt worden voor het testen van medicijnen en gentherapie en kan in de toekomst gebruikt worden voor onderzoek naar leverkanker.”