ellie

Met wie zou je – als het moest – het liefst spreken over gênante symptomen of diepe geheimen? Je dokter? Een psycholoog? Of een computer? De meeste mensen kiezen voor het laatste. Dat blijkt uit onderzoek.

De onderzoekers verzamelden 239 proefpersonen die tussen de 18 en 65 jaar oud waren. De proefpersonen kwamen naar het laboratorium en voerden daar gesprekken met virtuele mensen. De gesprekken waren vergelijkbaar met het gesprek dat mensen voeren kort voor ze in een kliniek of ziekenhuis worden opgenomen. Een deel van de proefpersonen kreeg te horen dat ze echt met computers spraken. Anderen kregen te horen dat de reacties van de virtuele mens op afstand gecontroleerd werden door een mens. In dat geval was de virtuele mens op het scherm dus niet meer dan een representatie – een marionet – van een echt mens. In werkelijkheid werden de proefpersonen geheel willekeurig toegewezen aan een volledig geautomatiseerde of deels geautomatiseerde virtuele mens. De onderzoekers analyseerden de gesprekken tussen die virtuele mensen en de proefpersonen na afloop.

De virtuele mens

De proefpersonen gingen in gesprek met een virtueel mens, genaamd Ellie. Ze opende de gesprekken met vragen als ‘Waar kom je oorspronkelijk vandaan?’ en gaf ook feedback op wat de proefpersonen vertelden (‘Het spijt me om dat te horen’). Met behulp van gezichtsuitdrukkingen kon ze tevens aangeven mee te leven en goed te luisteren. Ellie is het resultaat van tien jaar onderzoek en ontwikkeld om symptomen van depressie op te sporen.

Eerlijker
Uit het onderzoek bleek dat mensen die dachten dat ze met een echte – dus volledig geautomatiseerde – virtuele mens spraken, veel opener en eerlijker waren. Zelfs wanneer de virtuele mensen ze heel persoonlijke vragen stelden (bijvoorbeeld: “Waar voel je je schuldig over?’ of ‘Vertel me over een gebeurtenis die je het liefst uit je geheugen zou wissen’) waren de proefpersonen vrij open. Bovendien blijkt uit een analyse van de gezichtsuitdrukkingen van de proefpersonen dat ze sneller geneigd waren om intens verdriet te tonen wanneer ze dachten dat ze met een virtueel mens spraken.

Gesprek
Ook uit de gesprekken die na afloop met de proefpersonen werden gevoerd, bleek dat de meesten zich veel meer op hun gemak voelden wanneer ze met een computer spraken. “Het was veel beter dan praten met een mens,” zo stelt één van de proefpersonen. “Ik voel me niet echt op mijn gemak als ik met andere mensen over persoonlijke dingen moet spreken.”

Waardevol
“We weten dat het schrijven van een rapport en het gevoel hebben dat niemand je veroordeelt twee belangrijke factoren zijn die invloed hebben op de mate waarin iemand persoonlijke informatie wil vrijgeven,” vertelt onderzoeker Jonathan Gratch. Het virtuele individu presteert op beide fronten uitstekend. “En dat maakt het tot een waardevol gereedschap wanneer we informatie willen verkrijgen die mensen niet zo graag delen.”

In de toekomst kunnen virtuele mensen wellicht gebruikt worden om middels gesprekken te achterhalen of mensen depressief zijn. De onderzoekers benadrukken dat deze virtuele mensen de professionele psycholoog of arts echt niet snel zullen vervangen. Ze zullen eerder dienen als een aanvulling daarop.