Naar schatting brengen wij zelfs zo’n 25 tot 40 procent meer methaan in de lucht dan verwacht.

Methaan is naast koolstofdioxide en lachgas één van de belangrijkste broeikasgassen dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Wetenschappers hebben een redelijk goed beeld van de hoeveel methaan dat er jaarlijks in de atmosfeer terechtkomt. Zo is de methaan-concentratie in de laatste drie eeuwen met wel 150 procent toegenomen. Lastiger is het om dit op te splitsen in zijn afzonderlijke componenten: hoeveel ervan is door mensen in de atmosfeer gebracht en hoeveel komt er op natuurlijke wijze vrij?

Meer over methaan
Methaan wordt gezien als één van de belangrijkste broeikasgassen. Hoewel het gas in mindere mate op aarde aanwezig is, is het wel veel krachtiger dan CO2; als broeikasgas is het zelfs 28 keer zo sterk. Wel is methaan vluchtiger, wat betekent dat het een kortere levensduur heeft dat koolstofdioxide. Methaan blijft ongeveer negen jaar in de atmosfeer hangen, terwijl CO2 ongeveer een eeuw kan blijven bestaan. De hoeveelheid methaan in de lucht is sinds 1750 meer dan verdubbeld. Daarom hebben kleinere hoeveelheden al een groot effect op de atmosferische temperatuur. Het meeste methaan op aarde wordt geproduceerd door micro-organismen die organisch materiaal in methaan omzetten in zuurstofarme gebieden. Denk bijvoorbeeld aan drasland of landbouwgrond zoals in de magen van koeien of op rijstvelden. De rest komt van fossiele brandstoffen zoals aardgas vandaan.

De uitstoot van methaan kan onderverdeeld worden in twee groepen. Een deel van het methaan in de atmosfeer wordt gegenereerd door de natuur: het komt bijvoorbeeld vrij tijdens de afbraak van organisch materiaal. Een ander deel van het atmosferische methaan wordt gegenereerd door de mens: het komt onder meer vrij tijdens het winnen en gebruik van fossiele brandstoffen en door de veeteelt. Wat onduidelijk is, is welk deel van het atmosferisch methaan door ons is gegenereerd. “Als wetenschappers worstelen we om precies te begrijpen hoeveel methaan we als mensen uitstoten,” zegt onderzoeker Vasilii Petrenko. “We weten dat de uitstoot van methaan door fossiele brandstoffen groot is. Het is echter lastig om de twee groepen in de atmosfeer van elkaar te onderscheiden, omdat het isotoop er hetzelfde uitziet.”


Groenland
Om de natuurlijke en menselijke uitstoot toch van elkaar te scheiden, reisden de onderzoekers voor hun studie af naar Groenland, waar ze oude ijskernen hebben opgeboord. Deze monsters werken als een soort tijdcapsules: ze bevatten luchtbellen met kleine hoeveelheden oude lucht. En deze oude lucht geeft de onderzoekers een kijkje in de samenstelling van de atmosfeer ten tijde van het ontstaan van de ijslaag. De studie was gericht op het meten van de samenstelling van lucht vanaf het begin van de 18e eeuw – vóór het begin van de industriële revolutie – tot op de dag van vandaag. Mensen begonnen namelijk pas vanaf halverwege de 19e eeuw fossiele brandstoffen uit te stoten. De oude kernen bevatten dan ook alleen methaan dat door de natuur gegenereerd is. En aangezien aangenomen wordt dat de methaanuitstoot van natuurlijke bronnen door de tijd heen gelijk is gebleven, kunnen deze kernen onthullen hoeveel methaan de natuur uitstoot. Door dit vervolgens van de totale methaanuitstoot af te trekken, weten we hoeveel methaan door mensen is gegenereerd.

Verduidelijking van de uitstoot van methaan. Afbeelding: University of Rochester illustration / Michael Osadciw)

Conclusie
De onderzoekers kwamen erachter dat natuurlijk vrijgekomen methaan ongeveer tien keer lager ligt dan eerdere studies aan het licht hadden gebracht. Gezien de totale hoeveelheid methaan dat in de atmosfeer is gemeten, concluderen de onderzoekers dat het door de mens uitgestoten deel hoger is dan verwacht; naar schatting brengen wij zo’n 25 tot 40 procent meer methaan in de lucht dan gedacht. Het betekent dat antropogene methaanemissies een groter deel uitmaken van het totaal.

Volgens de onderzoekers is dit eigenlijk ook goed nieuws. Het betekent namelijk dat we een grotere invloed hebben op de atmosferische methaan-concentratie dan gedacht. Als we onze uitstoot terugdringen, heeft dit dus ook een grotere impact op het veranderende klimaat. “De studie heeft een positieve implicatie,” zegt onderzoeker Benjamin Hmiel. “De meeste methaanuitstoot komt van mensen, dus dat betekent dat we ook meer controle hebben.” Wetenschappers krijgen onderhand een steeds beter beeld van de uitstoot van methaan. Zo weten we ondertussen ook al dat een derde van de recente wereldwijde toename van methaan uit tropisch Afrika komt.