Tijdens de industriële revolutie wisten vervuilende emissies vanuit Europa de Dasuopu-gletsjer in de Himalaya al te bereiken.

De industriële revolutie wordt ook wel gezien als het begin van een nieuw tijdperk. Producten werden niet langer handmatig gefabriceerd, maar met machines. Uitvindingen zoals de stoommachine, een weefgetouw met halfautomatische schietspoel (Spinning Jenny), elektriciteit en de verbrandingsmotor speelden hierin een grote rol. “De industriële revolutie was een revolutie in het gebruik van energie,” vertelt onderzoeksleider Paolo Gabrielli. “Het betekent dat het verbranden van kolen ook vervuilende emissies voorbracht waarvan we nu denken dat die door winden in de Himalaya terecht zijn gekomen.”

Dasuopu-gletsjer
Onderzoekers reisden al in 1997 af naar de Dasuopu-gletsjer gelegen in het centrale gedeelte van de Himalaya. De gletsjer ligt zo’n 7.200 meter boven de zeespiegel en is daarmee één van de hoogstgelegen gletsjers ter wereld. Destijds boorden onderzoekers naar ijskernen om de samenstelling van de gletsjer en de atmosfeer door de geschiedenis heen in kaart te brengen. Een knappe prestatie. Want nog nooit hebben onderzoekers op grotere hoogte naar ijskernen geboord.


IJskern
In de huidige studie heeft een onderzoeksteam zich over één van de verzamelde ijskernen uit de Dasuopu-gletsjer gebogen. Want door deze goed te bestuderen, kunnen onderzoekers precies zien hoe het de gletsjer door de tijd heen is vergaan. Zo kunnen ze bijvoorbeeld achterhalen in welk jaar er meer of juist minder sneeuw viel en zelfs wanneer een bekende natuurramp plaatsvond. De onderzoekers kwamen erachter dat de ijskern dateert uit een periode tussen 1499 en 1992. Maar daar hield het nog niet op. Het doel was om te zien of mensen tijdens deze periode linksom of rechtsom invloed op de gletsjer hadden uitgeoefend en – zo ja – wanneer dit precies was begonnen.

Metalen
De analyse wijst uit dat de mensheid inderdaad zijn stempel op de gletsjer heeft gedrukt. Zo vonden de onderzoekers een arsenaal aan giftige metalen in de ijskern, waaronder cadmium, chroom, nikkel en zink. Deze zijn rond 1780 op de Dasuopu-gletsjer terechtgekomen. En dat is opvallend. Want dat loopt precies samen met het allereerste begin van de industriële revolutie in het Verenigd Koninkrijk. De aangetroffen metalen zijn allemaal bijproducten van het verbranden van steenkool. En dus wijzen de resultaten uit dat deze vervuilende stoffen in de late 18e eeuw hun weg hebben gevonden naar de tot dan toe ongerepte gletsjer, zo’n slordige 6400 kilometer verwijderd van Londen.

De bevindingen zijn best opmerkelijk. Want het betekent dat men de Dasuopu-gletsjer al vervuilde nog voordat iemand er ooit voet zette. De eerste bergbeklimmers bereikten de top van de Mount Everest pas in 1953. Een andere nabijgelegen berg, de Shishapangma, werd voor het eerst in 1964 beklommen. Maar honderden jaren daarvoor hadden mensen toch al hun sporen op de gletsjer achtergelaten.

Bosbranden
De onderzoekers denken dat het goed mogelijk is dat sommige van de aangetroffen metalen in de ijskern – met name zink – afkomstig zijn van grootschalige bosbranden. Tijdens de 19e en 20e eeuw werden grote bosrijke gebieden opzettelijk in brand gestoken om plaats te maken voor boerderijen. “Tijdens de industriële revolutie was er een grote behoefte aan landbouwvelden,” vertelt Gabrielli. “En een populaire manier om deze te verkrijgen, was door bossen in brand te steken.” Hierdoor kwamen er grote hoeveelheden zink in de atmosfeer terecht. Bovendien blijkt dat tussen 1810 en 1880 de gletsjer het meest vervuild is geraakt. Dit komt mogelijk doordat destijds de winters natter waren dan normaal, waardoor er meer ijs en sneeuw werd gevormd waar de as op neerdaalde.


Volgens Gabrielli is het belangrijk om het verschil op te merken tussen ‘besmetting’ en ‘vervuiling’. “De aangetroffen concentraties metalen waren hoger dan wat natuurlijk is,” legt hij uit. “Maar de concentraties waren nog niet hoog genoeg om acuut giftig te zijn voor organismen.” Gabrielli waarschuwt echter wel voor deze dreigende situatie. “ In de toekomst kan bioaccumulatie ervoor zorgen dat metalen uit smeltwater geconcentreerd worden, waardoor ze zich in de weefsels van organismen kunnen ophopen,” zegt hij. De studie laat maar weer eens zien dat mensen eeuwen geleden al druk uitoefenden op de natuur. Iets dat uit steeds meer studies naar voren komt. Zo bleek ook al eerder dat wij zeker niet de eersten zijn die de aarde verprutsen. Oude beschavingen van meer dan 3000 jaar geleden veranderden de aarde al voorgoed.