De Sixtijnse Kapel ziet er aan de buitenkant uit als een simpel gebouw. Vooral in de schaduw van de Sint-Pietersbasiliek. Toch maakt de gewelfschildering van Michelangelo erg veel goed, met als hoogtepunt de creatie van Adam.

De Sixtijnse Kapel werd tussen 1475 en 1483 gebouwd. De eerste mis werd op 9 augustus 1483 gehouden. Oorspronkelijk was het gewelfplafond azuurblauw met gouden sterren. De achterkant werd gedomineerd door fresco’s van Pietro Perugino.

Paus Julius II besloot in het jaar 1508 om Michelangelo op te roepen om een gewelfschildering in de Sixtijnse Kapel te maken. Een grote taak, zeker voor een ‘groentje’ als Michelangelo. Omstanders begrepen niet waarom de paus voor Michelangelo koos, maar wellicht deed de paus dit om een ruzie uit 1505 te smoren. Drie jaar eerder gaf Julius II een opdracht aan Michelangelo om een grafmonument voor de paus te maken, maar al snel ontstonden er onenigheden. De paus wilde zijn geld het liefst besteden aan de voltooiing van de dure St. Pieter, terwijl Michelango een fantastisch en duur grafmonument wilde maken. Op een gegeven moment was Michelangelo zo boos, dat hij vertrok zonder het grafmonument te voltooien. Doordat de paus de opdracht van de schildering in de Sixtijnse Kapel aan Michelango uitbesteedde, werd de band tussen het duo weer iets beter.

Michelangelo bouwde een hoge steiger om het 20 meter hoge plafond te bereiken. De steiger was vrij open gebouwd, omdat Paus Julius II de Sixtijnse Kapel niet wilde sluiten. Tussen 1508 en 1512 werden er nog gewoon religieuze diensten in de Sixtijnse Kapel gehouden. Michelangelo’s steiger was erg stabiel, maar verre van comfortabel. Aangezien Michelangelo op zijn rug schilderde, had hij regelmatig last van rugpijn.

Gelukkig kreeg Michelangelo hulp van assistenten. De schilder zag hen als ondergeschikten en dus mochten de assistenten alleen maar simpel werk doen, zoals het inkleuren van achtergronden. Michelangelo schilderde zelf de belangrijkste onderdelen, zoals Adam en God. Het gedrag van Michelangelo zorgde ervoor dat na vier jaar werk er al veel assistenten vertrokken waren. Toch maakte dit voor Michelangelo niet veel uit. Hij brak op 31 oktober 1512 zijn steiger af en genoot van het eindresultaat.

In 1534 werd Michelangelo teruggeroepen om de achterkant van de Sixtijnse Kapel te beschilderen. Eerst werden de oude fresco’s van Perugino met een sloophamer vernietigd, waarna Michelangelo in 1536 begon met een schildering van het laatste oordeel. In 1541 was de achterwand klaar. De paus en andere katholieken leken niet erg blij te zijn met het gigantische kunstwerk. De meeste kritiek werd geuit op de naaktheid van de personen. Laten we niet vergeten dat in die tijd de rooms-katholieke kerk zichzelf moest beschermen tegen het opkomende protestantisme, dus de paus, kardinalen en priesters wilden negatieve verhalen zoveel mogelijk voorkomen.

Toen Michelangelo in 1564 stierf besloot het Vaticaan om direct maatregelen te nemen. Daniele da Volterra werd ingehuurd om de naakte figuren van Michelangelo aan te kleden. De beste man kreeg een bijpassende bijnaam: Braghettone. Oftewel, de broekenschilder.

De Sixtijnse Kapel is vrijwel dagelijks te bezichtigen als onderdeel van het Vaticaanse Museum in Vaticaanstad. De moeite waard, zeker voor liefhebbers van roomse kunst.