Wanneer iemand toch stiekem een poging tot fraude deed, zouden vlekken op de schapenhuid deze moedwillige daad gelijk verraden.

Veel Britse juridische documenten daterend uit de 13e tot 20e eeuw blijken bijna altijd te zijn geschreven op schapenhuid en niet op bijvoorbeeld geitenhuid of kalfsleer. Een interessante constatering. Want waarom hadden Middeleeuwse en vroegmoderne advocaten zo’n sterke voorkeur? Onderzoekers hebben het antwoord nu paraat.

Vervalsingen
Volgens de onderzoekers schreef men toentertijd op schapenhuid om vervalsingen van documenten tegen te gaan. Hoe dat zit? Tijdens het vervaardigen van perkament wordt de huid ondergedompeld in kalk. Hierdoor wordt het vet naar buiten getrokken en ontstaan er holtes tussen de lagen die achterblijven. Pogingen om de inkt weg te schrapen zou ertoe leiden dat deze lagen losraken. Hierdoor blijft er een zichtbare vlek achter die een moedwillige daad om het schrift te veranderen, verraadt.


Schapenhuid vs de rest
Daarnaast heeft schapenhuid een veel hoger vetgehalte dan bijvoorbeeld geitenhuid of kalfsleer. Het bevat 30 tot 50 procent vet, terwijl geitenhuid en kalfsleer een vetgehalte van respectievelijk 3 tot 10 procent en 2 tot 3 procent heeft. Door het hogere vetgehalte van schapenhuid zullen de lagen van het perkament, wanneer je erover heen schraapt, eerder loslaten dan bij andere huiden.

Geanalyseerde documenten uit de studie. Afbeelding: Dave Lee

Volgens de onderzoekers is dit de reden waarom veel Middeleeuwse en vroegmoderne advocaten hun documenten liever op schapenhuid zetten. “Advocaten waren erg bezorgd over de authenticiteit en veiligheid van hun documenten,” vertelt onderzoeksleider Sean Doherty. “Dat kunnen we al zien aan het gebruik van zegels. Maar het lijkt nu alsof deze zorg zich ook uitstrekte tot de keuze van de betreffende dierenhuiden waar ze op schreven.”

Voorbeelden
Dat de voorkeur uitging naar schapenhuid om vervalsingen en fraude te voorkomen, blijkt tevens uit een oud 12e-eeuws geschrift genaamd Dialogus de Scaccario – geschreven door Richard FitzNeal – dat rept over de praktijken van de Engelse schatkist. In het document wordt geadviseerd om de koninklijke rekeningen op schapenhuid te schrijven omdat ‘het niet makkelijk is om er iets op uit te wissen zonder sporen achter te laten’. Ook de opperrechter Sir Edward Coke schreef in de 17e eeuw – toen papier al gebruikelijk was – over de noodzaak om juridische documenten op perkament te zetten omdat ‘het gebruik daarvan het minst fraudegevoelig is’.


In latere eeuwen raakte het gebruik van schapenhuid voor belangrijke documenten echter uit de mode en maakte het toch plaats voor geiten- of kalfsleer. Waarschijnlijk waren laatstgenoemde huiden in grote mate beschikbaar én goedkoper.

Vanwege de lange levensduur van de oude, op schapenhuid geschreven documenten, zijn er miljoenen oude juridische paperassen in Britse archieven en privécollecties bewaard gebleven. Ze worden echter vaak verwaarloosd vanwege het vermeende gebrek aan historische waarde. Vele werden weggegooid, verbrand of zelfs hergebruikt in lampenkappen. Maar nu blijkt dat ze toch een boeiender verhaal vertellen dan je misschien op het eerste oog zou denken. “Ons onderzoek onthult dat men een geavanceerd begrip had van de eigenschappen van verschillende huiden en dat deze konden worden benut,” vat onderzoeker Jonathan Finch samen. “Deze studie baant dan ook de weg vrij naar verdere onderzoeken naar het gebruik van dierlijke producten in historische context.”