Zo’n vijftig procent van de dieren waarmee we ooit de aarde deelden, is reeds verdwenen, zo concluderen onderzoekers.

Hoe staan de diersoorten op aarde ervoor? Om die vraag te beantwoorden, kun je kijken naar het aantal soorten dat uitsterft. Onder de gewervelden zijn dat er gemiddeld zo’n twee per jaar. Treurig. Maar misschien ben je er niet eens zo van onder de indruk: twee soorten per jaar, dat valt toch eigenlijk nog wel mee?

Massa-extincties

De aarde heeft al vijf massa-extincties achter de rug en een paar jaar geleden stelden onderzoekers dat de zesde in volle gang is. Afgaand op het uitsterven van enkele diersoorten per jaar, zou je dat misschien niet zeggen. Tot je gaat kijken naar het aantal diersoorten dat tussen de verschillende massa-extincties door naar schatting op jaarbasis verdween. Dan zie je dat we nu tien tot 100 keer sneller soorten kwijtraken dan in de perioden tussen de massa-extincties het geval was.

Populaties
Nee, het valt niet mee, zo schrijven onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. En dat zeggen ze niet alleen omdat een paar soorten per jaar wél veel is (zie kader), maar ook omdat ze verder zijn gaan kijken dan de uitgestorven diersoorten. In hun paper pleiten ze ervoor om niet alleen te kijken naar het aantal soorten dat uitsterft, maar ook acht te slaan op de veranderende omvang van populaties. “Massa-extincties worden gezien als het verlies van soorten,” vertelt onderzoeker Paul Ehrlich. “Dat zijn verschillende typen planten, dieren, micro-organismen. Maar net zo belangrijk of misschien nog wel belangrijker is het verlies van populaties waar deze soorten uit bestaan. Waarom? Nou we verliezen bijvoorbeeld populaties vogels, vleermuizen en insecten die insecten bestrijden en ons zo in staat stellen om grote oogsten binnen te halen en een wereldbevolking van 7,5 miljard mensen te voeden (iets wat in veel gevallen al niet zo heel goed lukt). Dus het is belangrijk om te erkennen dat het verlies van soorten erg en onherroepelijk is.” Maar het verlies van populaties en individuen die deze populaties vormen, is pas werkelijk een bedreiging, aldus Ehrlich.

Enorme krimp
En als we gaan kijken naar hoe de verschillende populaties er wereldwijd voor staan, is er inderdaad reden tot zorg. Om een beeld te krijgen van de krimp die populaties wereldwijd hebben doorgemaakt, bestudeerden Ehrlich en collega’s het leefgebied dat 27.600 soorten vogels, amfibieën, zoogdieren en reptielen nu hebben en in het verleden hadden. Meer dan dertig procent van de gewervelde soorten bleek te maken te hebben met een krimpend leefgebied en krimpende populaties. De onderzoekers analyseerden daarnaast de krimp die verschillende goed bestudeerde populaties zoogdieren tussen 1990 en 2015 doormaakten. Deze populaties behoorden tot 177 verschillende soorten. Al deze soorten bleken in die periode 30 procent of meer van hun leefgebied te hebben verloren. En meer dan 40 procent van deze soorten was zelfs meer dan 80 procent van het leefgebied kwijtgeraakt.

Miljarden dierenpopulaties zijn al weg
Afgaand op hun gegevens schatten de onderzoekers dat maar liefst 50 procent van de individuele dieren waarmee we ooit de aarde deelden, inmiddels zijn verdwenen. Net als miljarden dierenpopulaties. “Het is de opmaat naar het verdwijnen van veel meer soorten en de achteruitgang van natuurlijke systemen die een beschaving mogelijk maken,” waarschuwt onderzoeker Gerardo Ceballos.

De studie benadrukt nog maar eens dat we nú in moeten grijpen om de biodiversiteit te redden, zo stellen de onderzoekers. Ze pleiten in hun studie voor het aanpakken van de drijvende krachten achter het verdwijnen van populaties en soorten: de overbevolking en overconsumptie. “Ik denk dat we een veel saaier leven zouden hebben als we op de één of andere manier konden overleven zonder de andere organismen in het universum, maar natuurlijk kan dat niet,” zo waarschuwt Ehrlich.