Wie of wat was nu de oorzaak van het verdwijnen van deze reuzevogel? De mens of toch klimaatverandering? Nieuw onderzoek legt de schuld weer bij ons. De moa kon klimaatverandering namelijk prima het hoofd bieden.

“Tot nu is het heel moeilijk gebleken om vast te stellen hoe megafauna de afgelopen 50.000 jaar op veranderingen in de omgeving reageerde,” vertelt onderzoeker Nic Rawlence. “Omdat de komst van de mensen en klimaatverandering in veel plaatsen wereldwijd tegelijkertijd plaatsvonden.”

DNA
Om vast te stellen hoe het de moa’s precies vergaan zou zijn als de mens niet naar hun leefgebied was getogen, keken de onderzoekers onder meer naar het oude DNA van de vogels. Ook bestudeerden ze aan de hand van isotopen wat de vogels aten. “We zijn zo in staat om te laten zien dat de moa’s de effecten van de klimatverandering voordat de mens kwam het hoofd konden bieden door hun favoriete leefgebied toen dit door opwarming en afkoeling groeide, kromp of zich verplaatste, te blijven volgen.”

Over de moa
De moa was een echte supervogel. De voge kon wel 2,5 meter hoog worden zo’n 250 kilo wegen. Het waren planteneters. De vogels verdwenen niet lang nadat de eerste mensen op Nieuw-Zeeland verschenen: de mens en diverse moa-soorten deelden het eiland slechts 200 jaar.

Stabiel
Als een resultaat daarvan bleven de aantallen moa’s gedurende 40.000 jaar stabiel. Tot het jaar 1280 aanbrak en de eerste mensen op Nieuw-Zeeland arriveerden, zo meldt het blad Quaternary Science Reviews. “Het aantal moa’s nam voor de mensen arriveerden nog niet af, zoals eerder werd gesuggereerd. Het overweldigende bewijs suggereert dat het uitsterven van de moa plaatsvond doordat er teveel op gejaagd werd en hun leefgebied werd vernietigd.”

Hoewel het onderzoek een heel trieste zaak betreft – het uitsterven van de moa – heeft het ons ook nog goed nieuws te bieden. De moa toont namelijk aan dat klimaatverandering niet het einde hoeft te betekenen: soorten kunnen flexibel genoeg zijn om hun favoriete leefgebied dat door klimaatverandering noordelijker of zuidelijker kan komen liggen, te volgen. Het wijst erop dat dieren van nature op klimaatverandering reageren en het verschuiven van een leefgebied dus niet hoeft te betekenen dat ze helemaal verdwijnen.