Wetenschappers hebben een ‘taxi’ gevonden voor krachtige moleculen die het gedrag van kankercellen kunnen controleren.

Ribonucleïnezuur (vaak afgekort tot RNA) kan het gedrag van kankercellen beïnvloeden. En daarmee is het molecuul in theorie heel geschikt om kanker te bestrijden. Maar dan moet je dat molecuul natuurlijk eerst wel bij die kankercel weten te krijgen. En daarvoor heb je een ‘taxi’ nodig. Amerikaanse onderzoekers schrijven in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences dat ze nu zo’n taxi gevonden hebben. En wel in de vorm van albumine: een veelvuldig in het bloed voorkomend eiwit.

Langer actief
De onderzoekers pasten een ribonucleïnezuur-molecuul zo aan dat het zich snel in een albumine-eiwit kon verstoppen. Het molecuul – siRNA-L2 genoemd – bindt zich daarbij aan het eiwit op de plek waar zich normaliter vetzuren binden. “Als we siRNA direct, dus zonder drager, in het lichaam stoppen, wordt het binnen twee minuten door de nieren opgeruimd,” vertelt onderzoeker Craig Duvall. “Als we het (de moleculen, red.) in synthetische nanodeeltjes stoppen om dat te voorkomen, worden ze weggefilterd door de lever. Albumine circuleert dagenlang in het lichaam, waardoor de siRNA-L2-moleculen beter beschikbaar zijn voor aflevering bij de tumoren.”

Stop de groei
Omdat kankercellen een verhoogde stofwisselingsactiviteit vertonen, reist het albumine-eiwit met daarin siRNA-L2 naar de tumoren en gaat er snel aan de slag. Omdat het molecuul klein is kan het diep in de tumoren doordringen. Eenmaal in de tumor gearriveerd, legt het molecuul de genen die van belang zijn voor de groei en overlevingskansen van de tumor het zwijgen op.

Experimenten
Experimenten onderschrijven de kracht van siRNA-L2. Onderzoekers lieten met siRNA-L2 geladen albumine-eiwitten los in kankerweefsel dat uit een borst van een mens was verwijderd. Na enige tijd was in de tumor drie keer meer siRNA-L2 te vinden dan in weefsel waarin synthetische nanodeeltjes geladen met siRNA-L2 waren losgelaten.

Maar de nieuwe aanpak – met albumine als ‘taxi’ – heeft nog meer belangrijke voordelen. Zo wordt de hoeveelheid siRNA-L2 die in synthetische nanodeeltjes gestopt kan worden, beperkt door de bijwerkingen die het molecuul geeft. Anders is dat als we siRNA-L2 in albumine-eiwitten stoppen. In dat geval kan een veel hogere dosis van het molecuul afgeleverd worden bij de tumor zonder dat de patiënt daar hinder van ondervindt. “Wat mij het meest fascineert en opwindt als het gaat om deze nieuwe aanpak (…) is het gebrek aan bijwerkingen bij een relatief hoge dosis,” vertelt onderzoeker Dana Brantley-Sieders hier over. “We kunnen ons siRNA-afleversysteem wellicht gebruiken om meerdere genen tegelijkertijd of opeenvolgend aan te pakken. De meeste kankers worden namelijk aangedreven door meerdere abnormale genen, dus het aanvallen van de één leidt vaak tot activering van andere, aangezien de tumor zich aanpast.”