Ze doen aan een soort zelf-domesticatie.

Charles Darwin was de eerst die het opviel – of in ieder geval de eerste die het liet optekenen: gedomesticeerde dieren zijn niet alleen tammer, hun uiterlijk is ook heel anders dan dat van hun wilde tegenhangers. Zo hebben we vaak flaporen, witte plukken in hun vacht en lijkt hun gezicht – mede dankzij smallere kaken – jonger.

Honden, varkens en konijnen
Die verzameling kenmerken wordt in de wetenschap ook wel aangeduid als het domesticatie-syndroom. We zien het onder meer onder honden optreden. Toen onze voorouders duizenden jaren geleden wolven probeerden te domesticeerden, kruisten ze elke keer de tamste of minst agressieve exemplaren met elkaar. Tamheid was dus een belangrijk criterium voor selectie en dat leidde uiteindelijk tot een dier dat heel ander gedrag vertoonde dan zijn wilde soortgenoten. Maar dat niet alleen. Ook het uiterlijk van de dieren veranderde: hun brein werd kleiner, hun snuit wat korter, er ontstonden witte plukken in de vacht en de oren werden slapper. En zoals gezegd zien we dat niet alleen bij honden, maar bijvoorbeeld ook bij konijnen en varkens. En muizen, zo blijkt nu uit nieuw onderzoek van Zwitserse wetenschappers.

Witte plukjes
De onderzoekers bestudeerden muizen die in een lege schuur nabij Zürich leefden. Binnen tien jaar ontwikkelden deze muizen – die zo af en toe voedsel en water van mensen kregen – witte plukken in hun bruine vacht. Ook werden hun snuitjes korter. “De muizen verloren geleidelijk aan hun angst en ontwikkelden tekenen van domesticatie,” stelt onderzoeker Anna Lindholm. “Dat gebeurde zonder enige menselijke selectie, maar alleen als een resultaat van regelmatige blootstelling aan ons.”

Een muis met witte plukjes uit de schuur nabij Zürich. Afbeelding: Linda Heeb.

Stamcellen
Hoe kan dat? Het lijkt erop dat een kleine groep stamcellen in de embryo verantwoordelijk is voor de uiterlijke veranderingen en veranderingen in gedrag. Deze groep stamcellen is niet alleen verantwoordelijk voor het kraakbeen in het oor, de pigmentatie van de huid en de aanmaak van dentine (waar de tanden uit zijn opgebouwd), maar ook voor de bijnieren die stresshormonen produceren. De selectie van minder agressieve of tammere dieren resulteert in kleinere bijnieren die minder actief zijn en leidt dus tot tammere exemplaren. Veranderingen in de kleur van de vacht en de omvang van het hoofd kunnen dan ook gezien worden als ongewenste bijwerkingen van domesticatie, aldus onderzoekers.

Nabijheid
Wat de wilde muizen nu echter laten zien, is dat dit alles niet hoeft te beginnen met de selectie van tammere dieren; in de nabijheid van mensen wonen, kan al genoeg zijn. Die nabijheid zorgt ervoor dat muizen gewend raakten aan mensen en tammer werden. “Die zelf-domesticatie resulteerde in geleidelijke veranderingen in hun uiterlijk – per ongeluk en expres,” aldus onderzoeker Madeleine Geiger.

Aangenomen wordt dat ook de ontwikkeling van de wilde wolf naar gedomesticeerde hond op deze manier – dus zonder bemoeienis van mensen – begon. Wolven die nabij mensen woonden, werden minder angstig en agressief en dat was de eerste stap richting domesticatie.