Wetenschappers hebben ontdekt dat er geen ingewikkelde vragenlijst nodig is om te achterhalen of iemand een narcist is. Eén simpele vraag volstaat. En die vraag luidt – kortgezegd – “Ben je een narcist?”

Wanneer onderzoekers nu vast willen stellen of iemand een narcist is, grijpen ze vaak naar de NPI, oftewel de Narcissistic Personality Inventory. Dit is een lijst met maar liefst veertig vragen. Kan dat niet eenvoudiger? Vroegen onderzoekers van Ohio State University zich af. Ze namen de proef op de som. Ze voerden een serie van elf experimenten uit met meer dan 2200 mensen van allerlei leeftijden. Daarnaast legden ze al deze proefpersonen één simpele vraag voor: “In welke mate ben je het eens met de stelling: ‘Ik ben een narcist’? (Het woord narcist betekent egoïstisch, op jezelf gericht en ijdel).” De proefpersonen moesten vervolgens op een schaal van één tot zeven aangeven in hoeverre ze het met die stelling eens waren.

Identificeren
De onderzoekers ontdekten dat ze de narcisten aan de hand van deze eenvoudige vraag konden identificeren. “Mensen die bereid zijn om toe te geven dat ze narcistischer zijn dan anderen, zijn waarschijlijk ook narcistischer,” vertelt onderzoeker Brad Bushman. “Mensen die narcist zijn, zijn daar bijna trots op. Je kunt ze er direct naar vragen, omdat ze narcisme niet als een negatieve kwaliteit zien – ze geloven dat ze beter zijn dan andere mensen en vinden het prima om dat publiekelijk te zeggen.”

“Mensen die narcist zijn, zijn daar bijna trots op. Je kunt ze er direct naar vragen, omdat ze narcisme niet als een negatieve kwaliteit zien”

De experimenten
De experimenten waar de proefpersonen aan deelnamen, waren stuk voor stuk verschillende methodes om de validiteit van SINS – dat staat voor Single Item Narcissism Scale en hiermee duiden onderzoekers die ene eenvoudige vraag aan die narcisten kan identificeren – vast te stellen. Eén experiment toonde bijvoorbeeld aan dat de score op SINS gelijk bleef, zelfs als er tussen twee testen elf dagen tijd zat. Een ander experiment stelde vast dat er een positief verband was tussen SINS en de zeven componenten van narcisme (onder meer ijdelheid, autoriteit, superioriteit en exhibitionisme). Weer een ander experiment bevestigde eerdere studies door te stellen dat mensen die narcistischer waren ook sterker geneigd waren risicovol seksueel gedrag te vertonen en meer moeite hadden met langdurige romantische relaties.

Al met al lijkt die ene eenvoudige vraag heel geschikt om de narcisten onder ons te identificeren. Maar dat wil zeker niet zeggen dat langere vragenlijsten nu overbodig zijn geworden. De onderzoekers benadrukken dat deze vragenlijsten ons van meer informatie voorzien. Bijvoorbeeld welke vorm van narcisme iemand heeft. “Maar onze schaal met één vraag kan nuttig zijn in langdurige onderzoeken waarin wetenschappers bang zijn dat mensen moe worden of afgeleid raken of zelfs stoppen voor ze klaar zijn met het beantwoorden van vragen.” Bushman wijst erop dat SINS ongeveer twintig seconden werk is, terwijl een vragenlijst als NPI al snel een klein kwartiertje in beslag neemt. “Dat is een groot verschil als je een onderzoek uitvoert met verschillende onderzoeksinstrumenten waarin proefpersonen ook een lange lijst met andere vragen moeten beantwoorden.”