De maansonde legde in 2009 voor het laatst contact met de aarde, maar is nu met behulp van een op aarde gevestigd radarsysteem teruggevonden.

Dat maakt NASA bekend. Daarmee is bewezen dat het radarsysteem in staat is om kleine objecten in een baan rond de maan te detecteren. In de toekomst kan het radarsysteem dan ook ingezet worden om robotische en bemande missies naar de maan te faciliteren. Het systeem kan bijvoorbeeld worden ingezet om botsingen met objecten in een baan rond de maan te voorkomen of ruimtevaartuigen met navigatie- en/of communicatieproblemen op de voet te volgen.

Lunar Reconnaissance Orbiter
Het betreffende radarsysteem werd eerder al ingezet om kleine planetoïden op enkele kilometers van de aarde te detecteren. Maar een object vinden in een baan rond de maan is toch andere koek. En onzeker was of het radarsysteem daar wel tot in staat zou zijn. Onderzoekers besloten de proef op de som te nemen en met het radarsysteem twee maanorbiters op te sporen: de nog actieve Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) en in-actieve Chandrayaan-1.

Waar is ‘ie?
“LRO vinden was relatief gemakkelijk,” vertelt onderzoeker Marina Brozovic. Ze wijst erop dat precies bekend was waar LRO zich bevond. “Het vinden van de Indiase Chandrayaan-1 vereiste wat meer speurwerk, omdat men in augustus 2009 voor het laatst contact had met het ruimtevaartuig.” Doordat niet elk deel van de maan een even grote aantrekkingskracht heeft op het ruimtevaartuig, kan de baan ervan door de tijd heen veranderen. Het kan zelfs zo zijn dat een ruimtevaartuig op de maan neerstort. Berekeningen wezen echter uit dat het ruimtevaartuig zich op zo’n 200 kilometer afstand van het oppervlak zou bevinden. Ook wisten de onderzoekers dat deze tijdens elk baantje dat het rond de maan maakt over de polen van de maan scheert.

Drie observatoria in actie
Met die informatie in gedachten vuurden de onderzoekers met behulp van het NASA’s Goldstone Deep Space Communications Complex microgolven af op de maan. Een deel van die straling kaatste terug en werd opgevangen door de Green Bank Telescope. Vervolgwaarnemingen werden gedaan met het Arecibo Observatory. En dat resulteerde uiteindelijk in het opsporen van zowel LRO als Chandrayaan-1. De baan van laatstgenoemde ruimtesonde bleek iets te zijn gewijzigd.

Chandrayaan-1 gespot! Afbeelding: NASA / JPL-Caltech.

Het opsporen van de ruimtesondes is een hele prestatie. Je moet tenslotte bedenken dat de radarsystemen op zo’n 380.000 kilometer afstand van de aarde moesten zoeken naar ruimtevaartuigen. Dat de radarsystemen daartoe in staat zijn, kan van grote waarde blijken te zijn tijdens toekomstige missies naar de maan.