130.000 jaar oude tanden van een Neanderthaler getuigen ervan dat hij zijn kiespijn zelf probeerde te verhelpen.

De tanden werden meer dan 100 jaar geleden al in Kroatië ontdekt en behoren toe aan een Neanderthaler die een slordige 130.000 jaar geleden leefde. Wetenschappers hebben zich nu opnieuw over de tanden – afkomstig uit de onderkaak van de Neanderthaler – gebogen. Het resulteert in heel interessante bevindingen.

Hier zie je de vier kiezen die door de onderzoekers zijn bestudeerd. Omdat twee van de tanden uit hun normale posities zijn geduwd, denken de onderzoekers dat de groeven erop wijzen dat de Neanderthaler zijn of haar tanden probeerde te bewerken om zo de pijn te verminderen. Afbeelding: David Frayer.

Groeven
Zo blijken de premolaar – de kies direct achter de hoektand – en de verstandskies van de Neanderthaler iets uit hun normale positie te zijn geduwd. Dat moet pijn en irritatie hebben veroorzaakt, zo leiden de onderzoekers af uit het feit dat in deze en de andere twee kiezen tal van groeven en krassen te vinden zijn. Die groeven lijken veroorzaakt te zijn door een prehistorische tandenstoker. Ook zijn er stukjes van de tanden afgesprongen, mogelijk doordat de Neanderthaler actief probeerde om de irriterende kies te verwijderen of doordat hij of zij langdurig op de tandenstoker kauwde.

Actief proberen om de pijn te verhelpen
“De groeven in de tanden en de stukjes die van de tanden zijn afgesprongen laten ons zien dat de Neanderthalers iets in hun mond deden om de irritatie te behandelen,” stelt onderzoeker David Frayer. “Of in ieder geval dat deze Neanderthaler dat deed. De groeven wijzen erop dat het individu iets in zijn of haar mond stak om bij die gedraaide premolaar te komen.” De onderzoekers weten niet wat de Neanderthaler als tandenstoker gebruikte. Mogelijk een botje of een grasstengel.

Hier zie je de groeven en krassen in de kiezen. Ook kun je zien dat van sommige kiezen stukjes zijn afgesprongen. Afbeelding: David Frayer.

Oudere tandenstokers
De Neanderthaler was zeker niet de eerste mensachtige die op het idee kwam om zijn tanden te bewerken. Eerder zijn in bijna 2 miljoen jaar oude tanden van een mensachtige al groeven aangetroffen die veroorzaakt lijken te zijn door een soort tandenstoker. Toch is deze vondst heel bijzonder, omdat we hier niet alleen groeven en krassen zien, maar ook zien dat stukjes van de tand zijn losgebroken en de vier tanden samen bovendien duidelijk van een gebitsprobleem getuigen.

Dat een Neanderthaler met behulp van gereedschappen probeerde om zijn kiespijn te verhelpen, past heel goed in het beeld dat we de laatste jaren van de mensachtige hebben gekregen. Het bewijs dat Neanderthalers hun omgeving met behulp van gereedschappen aanpasten, stapelt zich namelijk op. Zo werden een paar jaar geleden in Kroatië – op dezelfde plek als waar deze tanden zijn aangetroffen – klauwen van arenden teruggevonden die door de Neanderthalers tot sieraden waren verwerkt.