Nieuw onderzoek suggereert dat Neanderthalers niet minder intelligent waren dan de moderne mens. Scientias.nl sprak exclusief met onderzoeker Wil Roebroeks van de universiteit van Leiden over deze ontdekking.

Al jaren worden Neanderthalers gezien als minder intelligent. Wetenschappers vermoeden dit omdat de moderne mens betere wapens hadden en beter samenwerkten tijdens de jacht. Maar tot nu toe zijn er geen archeologische vondsten die deze vermoedens bevestigen. Er is dus geen hard bewijs van een groot cognitief verschil.

Tien feiten over Neanderthalers
1. Ze waren prima ouders;
2. Ze hadden seks met ons;
3. Ze begroeven hun doden;
4. Ze waren binnenhuisarchitecten;
5. Ze spraken mogelijk een eigen taal;
6. Ze kregen ook al kanker;
7. Ze hadden grote ogen;
8. Ze gebruikten medicijnen;
9. Ze maakten tekeningen;
10. Ze geloofden in leven na de dood.

Verkeerde vergelijking
Een andere grote fout is dat onderzoekers de Neanderthaler doorgaans vergelijken met moderne mensen die na hen kwamen en niet met hun tijdgenoten. Het is opmerkelijk dat deze fout is gemaakt. “Het is ook wel begrijpelijk dat men dit deed”, vertelt onderzoeker Roebroeks aan Scientias.nl. “Enkele decennia geleden kenden we de archeologie van moderne mensen eigenlijk alleen maar goed uit Europa, en dat waren archeologische gegevens van de mensen die leefden na het ‘uitsterven’ van de Neanderthalers. Deze moderne mensen lieten vanaf hun eerste verschijnen in Europa een andere archeologie achter, o.a. met andere stenen werktuigen, werktuigen uit been, persoonlijke sieraden en de bekende sculptuurtjes en indrukwekkende grottenkunst.”

Door veldwerk in Afrika is er de afgelopen tien tot vijftien jaar steeds meer bekend geworden over hoe moderne mensen echt leefden, voordat ze uit Afrika begonnen weg te trekken. Dit is ondertussen al meer dan 50.000 jaar geleden. “Er was dus tot voor kort niet echt veel vergelijkingsmateriaal, en op basis van de oudere gegevens was er als het ware een stereotype beeld van de verschillen tussen Neanderthalers en de moderne mens ontstaan. Dit beeld brokkelt af. Ons artikel is een uitdrukking van de erosie van die stereotiepe beeldvorming.”

Een groep Neanderthalers bij een kampvuur.

Een groep Neanderthalers bij een kampvuur.

Weinig verschillen
Er zijn eigenlijk nauwelijks verschillen tussen Neanderthalers en moderne mensen uit dezelfde tijd. “In Zuid-Afrika zijn enkele tienduizenden jaren eerder iets meer persoonlijke sieraden bekend van een klein aantal vindplaatsen, en ook een iets eerder veelvuldiger gebruik van kleurstoffen”, vertelt Roebroeks. “Maar het gaat om hele graduele verschillen, en van een klein aantal vindplaatsen. In enkele andere opzichten lijken de Neanderthalers moderne mensen ‘de baas’, zoals in de productie van lijmen (van hars). Maar er is nog niet voldoende bewijs om dit hard te maken. We hebben eigenlijk erg weinig goede observatiepunten voor zulk een lange periode, en er duiken telkens nieuwe verrassingen op.”

De geschiedenis van de Neanderthaler in 331 tekens
De Neanderthaler ontwikkelde uit de Homo heidelbergensis. In veel opzichten leek de Neanderthaler op de moderne mens. Het genoom komt namelijk 99,8% overeen. Neanderthalers waren kort, gedrongen en hadden grote hersenen. De oudste sporen zijn 180.000 jaar oud. Circa 32.000 tot 34.000 jaar geleden is de Neanderthaler uitgestorven.

Waarom en hoe is de Neanderthaler verdwenen?
Het is opvallend dat de Neanderthalers op een gegeven moment uitstierven. Als intellectuele ‘partner’ van de moderne mens hadden ze het dan toch moeten redden? Onderzoeker Roebroeks is van mening dat de Neanderthaler nooit echt is uitgestorven, maar dat het verdwijnen van de Neanderthaler een kwestie van vermenging en assimilatie is. “We interpreteren dat patroon in het licht van recente genetische data, die aangeven dat Neanderthalers en moderne mensen vruchtbare nakomelingen gekregen hebben, en dat mensen buiten Afrika een deel van hun DNA (schattingen lopen uiteen, minimaal 2 tot 6% tot veel meer) aan Neanderthalers te danken hebben”, aldus Roebroeks. Hij baseert zich hierbij op onderzoek van paleogeneticus Svante Pääbo van het Max Planck Instituut in Leipzig. “In die zin zijn Neanderthalers niet echt uitgestorven. Alleen hun specifieke lichaamsvorm is verdwenen. Ze zijn als het ware opgegaan in de moderne menselijke populaties. Het is enigszins vergelijkbaar met de jagers–verzamelaars die hier in het noordwesten van Europa leefden toen de eerste boeren arriveerden, zo’n 7,000 jaar geleden. Hun genetisch materiaal werd ook geleidelijk door het “eerste boeren DNA” overstuurd, maar een deel van dat jagers-verzamelaars DNA is nog steeds in ons aanwezig. Overigens werd die jagers-verzamelaars/eerste boeren mix vervolgens weer door latere immigranten in het Midden-Neolithicum “verdund”.”

Begrijpen waarom de Neanderthaler is verdwenen is van belang voor het begrijpen van het succes van onze soort en wat ons uniek maakt.

Helaas zullen we nooit exact weten hoe de Neanderthaler van het toneel is verdwenen. “Daar zullen onze data nooit fijnkorrelig genoeg voor zijn”, meent Roebroeks. “Neanderthalers kwamen over een heel groot gebied voor, van West-Europa tot in centraal Azië, en binnen dat miljoenen vierkante kilometers grote verspreidingsgebied zal het proces van hun verdwijnen per regio gevarieerd hebben.”

Onderzoek
Het paper van Roebroeks en zijn collega lezen? De resultaten staan op de website PLOS One.

Zoeken naar antwoorden
Toch is het nuttig om te blijven zoeken naar antwoorden waarom en hoe Neanderthalers zijn uitgestorven of geassimileerd. Roebroeks: “De Neanderthalers zijn onze meest nabije verwanten, op de schaal van de evolutie gezien. Begrijpen waarom zij verdwenen zijn en waarom wij als enige soort zijn overgebleven, is van belang voor het begrijpen van het succes van onze soort, en van belang voor de kennis van onze eigen soort, voor wat ons “uniek” maakt, zowel cultureel als biologisch. Vanuit geneeskundige hoek bestaat er bijvoorbeeld interesse voor de genetica van deze verdwenen mensachtigen, omdat wij moderne mensen (tenminste: niet-Afrikanen) een deel van hun DNA meedragen. De vraag is wat dat in ons genoom doet. In die zin heeft dergelijk onderzoek niet alleen een “cultuurhistorische” relevantie, maar is het ook van belang voor kennis van onze biologie en daarmee voor onze gezondheid.”