Leonardo da Vinci bedacht het. Jarno Smeets doet het gewoon: vliegen als een vogel. Het lijkt haast te mooi om waar te zijn…

Smeets is zeker niet de eerste die het probeert. Maar hij is wel de eerste bij wie het volgens een persbericht ook echt lukt. Vliegen als een vogels valt namelijk niet mee: mensen moeten nogal wat kracht leveren om vaak genoeg met de vleugels te klapperen om in de lucht te blijven.

Een minuutje
Maar Smeets – binnen kantooruren geen vogel, maar ingenieur – slaagde er afgelopen zondag in om als een vogel te vliegen. Zijn bijzondere vlucht duurde een minuutje en was ongeveer 100 meter lang. Ook de landing verliep voorspoedig, zo blijkt uit een filmpje dat Smeets van de vlucht maakte.

Vleugels
De vleugels van Smeets bestaan uit een kite en carbon windsurfmasten. Met behulp van een smartphone, Wii-controllers en twee Turnigy-motoren ontwikkelde hij een haptisch vleugelaandrijvingsmechanisme. “Uit mijn berekeningen blijkt dat we met een totaal gewicht van 100 kilo (ik weeg er 80, mijn aandrijvingsmechanisme 20) continu zo’n 2000 watt vermogen nodig hebben,” legt Smeets op zijn site uit. “Goed getrainde armen kunnen ongeveer vijf procent daarvan leveren, dus we vertrouwen voornamelijk op de motoren om de vleugels aan te drijven.” Toch spelen de eigen armen ook een rol. “Ze functioneren voornamelijk als gids: ze controleren het flapperen van de vleugels op een natuurlijke en intuïtieve manier.”

Gelukt!
Smeets weigert alle eer zelf op te strijken. Hij benadrukt dat hij bij de ontwikkeling hulp heeft gekregen van vele anderen. Lang was zijn project ‘open source’: via een blog en Youtube-kanaal liet hij anderen weten waar hij mee bezig was. Zijn lezers en kijkers kwamen vervolgens met de nodige adviezen en concrete hulp. Uiteindelijk leidde het ertoe dat Smeets afgelopen zondag het luchtruim kon kiezen. Een droom die na een half jaar klussen aan de vleugels uitkomt. “Sinds mijn jeugd heb ik me laten inspireren door de ideeën van pioniers zoals Otto Lilienthal, Leonardo da Vinci, maar ook mijn eigen grootvader,” zo vertelt Smeets in een persbericht naar aanleiding van de bijzondere vlucht.

De vlucht heeft Smeets in het buitenland reeds de bijnaam Flying Dutchman opgeleverd. Een naam die hem volgens buitenlandse media vanwege zijn baanbrekende vlucht wel toekomt. In zijn nuchtere thuisland zijn de reacties verdeeld. Sommigen vinden het geweldig. Anderen reageren vol ongeloof en de opmerking ‘1 april grap’ is dan ook al meerdere malen gevallen. Genoeg reden om eens even contact op te nemen met Smeets en wel via een telefoonnummer dat onder het persbericht vermeld staat. Zonder resultaat: voicemail. Ook Bert Otten, een onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen die Smeets met zijn vleugels hielp, krijgen we momenteel niet te pakken. Natuurlijk blijven we het proberen. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

UPDATE 22 maart, 8.07 uur: Nadat velen hun twijfel hebben geuit over het filmpje en de prestaties van Smeets lijkt Wired.com nu echt door Smeets’ verhaal heen te prikken. De site meldt de cv van Smeets te hebben gecheckt. Zo belden ze onder meer oud-werkgevers van Smeets. Maar niemand lijkt Smeets te kennen. Ook is Wired.com er wel in geslaagd om Bert Otten te contacteren. Hij laat weten Smeets inderdaad te kennen, maar het eindresultaat van Smeets inspanningen – zijn vliegende uitvinding – heeft hij nooit gezien. Het filmpje heeft hij wel gekeken en hij laat aan Wired.com weten dat hij de achterdocht van anderen ten opzichte van dit filmpje deelt. Heeft Smeets nu gevlogen of niet? Hard bewijs voor beide scenario’s blijft uit. Smeets zelf blijft namelijk onbereikbaar. Maar het begint er toch op te lijken dat het een fraaie hoax is.

UPDATE 22 maart, 10.50 uur: Inmiddels is onze redacteur Marleen de Roode erin geslaagd om onderzoeker Bert Otten te bereiken. Ze vroeg hem wat hij van het filmpje van Smeets denkt. “Ik weet niet of en wat er nep is aan zijn filmpjes. In principe is het wel mogelijk voor een mens om te vliegen als een vogel en ik heb in augustus vorig jaar Jarno alle mogelijkheden en beperkingen voorgelegd op biomechanisch en neuraal vlak.” Marleen vroeg hem ook wat de mogelijkheden en beperkingen dan precies zijn. “De power productie van de pectoralisspieren (de spieren in de borst, red.) is onvoldoende om te vliegen en dus zullen energie-opslag en motoren aanvulling moeten geven. De botten in de armen van mensen zijn onvoldoende sterk om de krachten voor de vlucht te dragen en dus moet een exoskelet worden gebruikt. De vleugels die aan de armen zitten, dienen bestudeerd te worden voor gebalanceerd vliegen. Dit acht ik mogelijk, gebaseerd op wat ik weet van het menselijk motorisch leervermogen en de benodigde vrijheidsgraden.”