Internet is al zo’n tien jaar ingeburgerd in de Nederlandse samenleving, toch is het niveau van internetvaardigheden van Nederlanders zorgwekkend. Dit beweert wetenschapper Alexander van Deursen van de universiteit van Twente. Hij keek naar de verschillen in internetvaardigheden tussen jong en oud. De resultaten zijn bedroevend.

300 proefpersonen moesten verschillende taken uitvoeren. Zo moesten zij o.a. een tweesterrenrestaurant in Amsterdam opzoeken, uitvinden welk transportmiddel het goedkoopst is om naar Amsterdam te reizen en een PDF-bestand openen. “Bij relatief eenvoudige taken maakten deelnemers veel fouten. Zo hebben veel mensen moeite met het kiezen van de juiste zoekwoorden en werd gevonden informatie in meer dan 90 procent van de gevallen niet geëvalueerd”, beweert Van Deursen. “Proefpersonen gebruikten bijvoorbeeld informatie van spreekbeurt.nl, een site voor scholieren, als ze informatie over de rijksoverheid zochten.”

Verschillen jong en oud
Ouderen maken fouten als het aan elkaar typen van zoekwoorden, het intypen van zoekwoorden in de menubalk en het verliezen van het overzicht als iets in een nieuw venster opent. Eén voordeel voor ouderen: in Google Chrome, de webbrowser van Google, is de menubalk tevens de zoekbalk.

Jongeren kunnen internetbrowser en zoekmachines beter bedienen, maar zij blijven op het gebied van inhoudelijk gerelateerde vaardigheden achter op die van ouderen. Zo gebruiken jongeren veel te algemene zoekwoorden en focussen zij zich te sterk op het eerste zoekresultaat.

Verrassend: ouderen die de techniek van internetten beheerden vinden inhoudelijk hun weg op internet beter dan jongeren. Overigens stelt Van Deursen dat de verschillen in vaardigheden tussen lager en hoger opgeleiden groter is dan tussen jong en oud.

Internetwijsheid
Internetwijsheid is een hot item, aangezien internet steeds belangrijker wordt. Bankzaken regelen, inkopen doen of belastingformulieren invullen: het kan allemaal online. Het is daarom van belang dat burgers goed kunnen omgaan met dit nieuwe medium.

Filter in het hoofd
Eerder dit jaar voltooide journalist Joost Schellevis, in opdracht van Stichting Krant in de Klas, een onderzoek naar de internetwijsheid van kinderen in groep 7 en 8. “Kinderen moeten zelf een filter krijgen, in hun hoofd, om informatie te kunnen schiften en bronnen te kunnen beoordelen”, zo stelt Schellevis. “Ze zijn absoluut niet kritisch in de keuze van nieuwsberichten. Daar is een rol weggelegd voor basisscholen, die kinderen beter en meer zouden moeten laten oefenen met het interpreteren en beoordelen van teksten, vooral ook op internet.”