De rechter dwingt de Nederlandse Staat om ons beter te beschermen tegen klimaatverandering. En de tijd dringt.

Afgelopen dinsdag sprak de rechter dan het verlossende woord: ook een hoger beroep kon het in 2015 geventileerde vonnis in de geruchtmakende ‘Klimaatzaak’ niet ongedaan maken. Het betekent heel concreet dat de Nederlandse Staat meer moet doen om ons tegen klimaatverandering te beschermen en de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25% moet zijn afgenomen ten opzichte van 1990. Eiser Urgenda is in jubelstemming en vindt dat het recht zegeviert. Maar hoe moet het nu verder? En is het überhaupt wel mogelijk om een reductie van 25% te realiseren met nog twee jaar te gaan?

Over de klimaatzaak
De Klimaatzaak sleept al jaren voort. Het begon allemaal met een ambitieus plan van actiegroep Urgenda, die zich gesteund weet door zo’n 900 mede-eisers. De actiegroep wil een harder klimaatbeleid afdwingen in de rechtbank en overtuigt de rechter er in 2015 van dat de Nederlandse Staat haar zorgplicht naar de burger toe verzaakt. Volgens Urgenda vormt klimaatverandering een bedreiging en is het de plicht van de overheid om ons tegen die dreiging te beschermen. Hoe? Door de uitstoot fors terug te dringen. Weinigen hadden verwacht dat de rechter daarin mee zou gaan, maar in juli 2015 gebeurt dat toch: Urgenda krijgt gelijk en de Staat wordt opgedragen om de uitstoot in 2020 met 25 procent terug te dringen. De Staat wikt en weegt en besluit uiteindelijk – tegen het advies van talloze burgers en top-wetenschappers in – om in beroep te gaan tegen het vonnis. In mei 2018 hoort de rechter de verhalen van beide partijen opnieuw aan. Het vonnis klonk afgelopen dinsdag en opnieuw stelt de rechter Urgenda in het gelijk.

Trias politica
Het is ongetwijfeld een mokerslag voor de Nederlandse Staat die natuurlijk op iets anders had gehoopt. Tegelijkertijd wijst een korte brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat, Eric Wiebes, erop dat het vonnis weinig afdoet aan de strijdbaarheid van het kabinet. In klare bewoordingen serveert hij het vonnis min of meer af. “De Urgenda-procedure draait voor het kabinet niet om het klimaatbeleid, maar om de vraag op welke wijze beleidskeuzes van de regering juridisch worden getoetst. Het gaat om een principiële kwestie.” In andere woorden: volgens Wiebes gaat de rechter min of meer op de stoel van de politicus zitten. Een doodzonde volgens de driemachtenleer of trias politica, waarin rechterlijke-, wetgevende en uitvoerende macht strikt van elkaar gescheiden zijn, om zo elkaars functioneren te kunnen controleren. Van een schending van de trias politica is echter helemaal geen sprake, zo verzekert Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, ons. Ten eerste heeft de rechter die 25%-reductie niet bedacht – die komt uit de koker van de overheid zelf – en ten tweede laten zowel de rechter als Urgenda zich niet uit over de wijze waarop de politiek die 25%-reductie moet realiseren. Want inderdaad: dat is aan de wetgevende macht.

“Het kabinet speelt een vies spelletje”

“Wij vragen de rechter alleen om de burger te beschermen. Het is een civiel-juridisch vraagstuk. Als we de uitstoot niet fors terugdringen, is dat een aantasting van de rechten van de mens en dat is een onrechtmatige daad. En daar gaat de rechterlijke macht over.” Minnesma weet zich in die redenering inmiddels gesteund door rechters van twee zeer conservatieve rechtbanken. “De rechters hebben unaniem beslist: dit is een gevaarlijke situatie voor de burger.” Dat Wiebes in een reactie op de uitspraak vooral ingaat op de toepassing van het recht, stuit Minnesma behoorlijk tegen de borst. “Dat is een vies spelletje. Wij hebben het kabinet direct na de uitspraak in 2015 een sprongcassatie aangeboden.” Hierbij gaat men niet eerst in hoger beroep, maar direct in cassatie. “In dat geval wordt er niet langer naar de feiten gekeken, maar beoordeeld of het recht goed is toegepast.” Het kabinet heeft er uiteindelijk toch voor gekozen om in hoger beroep te gaan. Maar in een reactie op de uitspraak van afgelopen dinsdag laat Wiebes nu weten alsnog te overwegen in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Dat kan natuurlijk, maar in de tussentijd heeft het kabinet zich wel te houden aan de uitspraak van de rechter. “Want als ze ook bij de Hoge Raad verliezen, moet die 25%-reductie eind 2020 wel gerealiseerd zijn,” aldus Minnesma.

Is het haalbaar?
Het kabinet zal hoe dan ook een flinke dobber krijgen aan de vereiste 25%-reductie. Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen met zo’n 13% gedaald. Dat is vooral te danken aan het terugdringen van broeikasgassen in de landbouw (denk bijvoorbeeld aan methaan). Veel winst is daar op dit moment niet meer te behalen. Sterker nog: in de laatste zes jaar is de uitstoot van broeikasgassen nauwelijks gereduceerd. Hoog tijd om de pijlen te richten op het bekendste broeikasgas: CO2. De uitstoot daarvan is in 28 jaar tijd namelijk niet afgenomen. Daar valt dus nog wél wat winst te behalen. “De meest voor de hand liggende maatregelen zou het sluiten van de kolencentrales zijn,” stelt Minnesma. Recent heeft het kabinet echter aan de eigenaren van kolencentrales laten weten dat ze tot 2025 of tot 2030 open konden blijven. “Aannemende dat dit geen minachting was voor de rechterlijke uitspraak, heeft het kabinet blijkbaar nog een reeks andere maatregelen om die 25% te halen, want tijdens de procedure heeft de Staat meermaals gesteld de 25%-reductie te kunnen realiseren.”

“De Staat heeft nu twee keer het deksel op de neus gekregen, dus ik hoop dat het kabinet er nu de turbo op zet”

Die in de rechtbank aangehaalde stelling komt niet zomaar uit de lucht vallen, maar is gestoeld op onderzoek. Zo bleek vorig jaar uit de Nationale Energieverkenning dat de verwachte reductie van de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2020 uitkomt tussen de 19 en 27%. Binnen die marges vinden we de benodigde 25%. En ook Wiebes denkt op basis van cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving dat de 25% – weliswaar op het nippertje – haalbaar is. Tegelijkertijd staat echter wel vast dat het geen gelopen race is: die 25%-reductie komt ons niet aanwaaien. Er moet echt een stapje bij. Op de vraag of Minnesma er temidden van al het tumult van de afgelopen dagen en jaren nog vertrouwen in heeft dat een 25%-reductie in 2020 tot de mogelijkheden behoort, is ze duidelijk. “Ik ga ervan uit dat we in een rechtsstaat leven en dat de overheid dus doet wat de rechter opdraagt. De Staat heeft nu twee keer het deksel op de neus gekregen, dus ik hoop dat het kabinet er nu de turbo op zet.”

Dwangsom
Maar wat nu als het kabinet dat niet doet? Of het wel een beetje probeert, maar de 25%-reductie niet haalt? “Dan kunnen we via een dwangsom toch actie afdwingen. Dat is waarin deze klimaatzaak het verschil maakt. Landen kunnen allerlei klimaatdoelen stellen en ze vervolgens ongestraft missen. Maar wij kunnen op basis van dit vonnis wel wat afdwingen.” Waarbij Minnesma benadrukt dat Urgenda niet uit is op geld. Want alle partijen zijn er tenslotte het meest bij gebaat als het kabinet de uitstoot van broeikasgassen flink terugschroeft. “Wij hopen nog steeds dat het kabinet doet wat nodig is om de bevolking te beschermen.”

Velen juichen het werk van Urgenda toe. Maar er klinkt ook kritiek. Want welk land zal zich in de toekomst nog ambitieuze klimaatdoelen durven te stellen als je – via de rechter – zo hard het deksel op de neus kan krijgen? Aan de andere kant: wat hebben we aan klimaatdoelen als landen niet alles op alles zetten om ze te halen? Ook de vraag of de gang naar de rechtbank in dit soort kwesties wel zo logisch is, blijft resoneren. Zal het dan uiteindelijk de rechter zijn die een sleutelrol krijgt in de klimaatproblematiek? Minnesma hoopt van niet. “De gang naar de rechter is natuurlijk altijd een laatste redmiddel. Je hoopt namelijk dat overheden uit zichzelf doen wat nodig is om de bevolking te beschermen. Maar als dat niet zo is, dan mag je blij zijn dat de rechter – een onafhankelijke, onbevooroordeelde persoon die niet onderworpen is aan framing of politieke belangen – er is.” De gang naar de rechter blijft als het aan Minnesma ligt, dus een noodgreep. En in dit geval was die noodgreep helemaal op zijn plaats. “Twee rechtbanken hebben zich over de kwestie gebogen en unaniem geconcludeerd dat dit een zeer ernstige kwestie is.” Ze weten zich gesteund door topwetenschappers en decennia aan wetenschappelijke literatuur. Want dat klimaatverandering het grootste probleem van onze tijd is, is natuurlijk niet nieuw. Net als de vraag die we ons al decennialang stellen en ten diepste ten grondslag ligt aan de Klimaatzaak: wie gaat – als het om de klimaatproblematiek gaat – nu eindelijk eens zijn verantwoordelijkheid nemen?