Wanneer grote onderzoeken naar verre sterrenstelsels zoeken, missen ze daarbij regelmatig hun doel. Dit concluderen wetenschappers van ESO. Astronomen gebruiken vaak een specifieke vingerafdruk om te zoeken naar verre sterrenstelsels en slechts een fractie van alle sterrenstelsels heeft zo’n vingerafdruk.

Bij grote onderzoeken kijken wetenschappers standaard naar licht afkomstig van een bepaald type gloeiend waterstofgas. Dit zogenaamde Lyman-alfalicht slaagt er soms niet in om aan de aantrekkingskracht van een sterrenstelsel te ontsnappen. Hierdoor is negentig procent van alle verre sterrenstelsels niet te zien op de Lyman-alfalijn.

“Astronomen weten dat ze een deel van de sterrenstelsels missen als ze alleen afgaan op het Lyman-alfalicht”, vertelt Matthew Hayes in Nature. “Maar nu we een steekproef hebben gedaan is het aantal missende sterrenstelsels zeer groot.”

Astronomen vergeleken de Lyman-alfa-intensiteit van verre sterrenstelsels met de hoeveelheid H-alfalicht. Hieruit bleek dat de traditionele waarnemingsmethode niet zo heel erg efficiënt is. Wanneer astronomen honderden verre sterrenstelsels waarnemen op een foto, dan zijn er in werkelijkheid duizenden sterrenstelsels aanwezig.