De robot gedraagt zich min of meer als een levend wezen en moet ooit het menselijk lichaam in om ziektes op te sporen.

Voor de ontwikkeling van de robot lieten de onderzoekers zich inspireren door het dier dat u hierboven ziet. Een zeeprik. Deze wormachtige parasieten leven in de Atlantische Oceaan. Ze hebben een heel primitief zenuwstelsel dat een stuk gemakkelijker te imiteren is dan dat van andere organismen.

Zenuwstelsel
Het is de bedoeling dat de robot – die de naam Cyberplasm draagt – een elektronisch zenuwstelsel krijgt. Dat zou betekenen dat de robot in staat is om te ‘zien’ en te ‘ruiken’. De sensoren die de robot daarvoor nodig heeft, willen de wetenschappers uit cellen van zoogdieren halen. Ook moeten er kunstmatige spieren worden ontwikkeld die glucose als energiebron gebruiken.

WIST U DAT…

Zien en ruiken
En dan komt Cyberplasm toch al aardig in de buurt van een levend wezen. En dat is precies de bedoeling. “Niets kan tippen aan de natuurlijke vaardigheid van een levend wezen om te zien en te ruiken en zo informatie te verzamelen over wat er gaande is,” stelt onderzoeker Daniel Frankel in een persbericht.

De wetenschappers werken nu aan een prototype Cyberplasm. De robot wordt in eerste instantie minder dan één centimeter lang. Toekomstige exemplaren kunnen nog veel kleiner worden: minder dan één millimeter lang. De robots kunnen in de toekomst in het menselijk lichaam worden gebracht om te kijken of er sprake is van ziektes of andere problemen. Naar verwachting kan de robot binnen vijf jaar gebruikt worden.