Ruimtetelescoop Hubble heeft verschillende aanwijzingen gevonden dat rond Kepler-1625b een maantje draait.

Al in 2017 vonden astronomen met behulp van ruimtetelescoop Kepler een eerste aanwijzing dat Kepler-1625b een maantje bezit. Maar overtuigend was het bewijs niet. “De Kepler-data volstaan niet als we zeker willen zijn van het bestaan van deze exomaan,” zo stelden de onderzoekers. “Pas nadat de observaties met de Hubble Space Telescope hebben plaatsgevonden, zou elke bewering omtrent het bestaan van deze maan geloofwaardiger kunnen worden.”

Nieuwe observaties
Die observaties met Hubble hebben inmiddels plaatsgevonden, zo melden onderzoekers in het blad Science Advances. En hoewel we op basis van die observaties het bestaan van de maan niet met zekerheid kunnen bevestigen, wijzen ze er wel sterk op dat er een maantje rond Kepler-1625b draait.

Twee signalen
Onderzoekers observeerden het systeem waar de exoplaneet deel van uitmaakt gedurende 40 uur met de Hubble-telescoop. Deze telescoop is zo’n vier keer nauwkeuriger dan Kepler. De onderzoekers zagen hoe de planeet voor zijn moederster langs bewoog en waren daarbij met name op zoek naar twee signalen die op de aanwezigheid van een maantje konden wijzen: een afname in de helderheid van de moederster, veroorzaakt doordat de exomaan er voor langs beweegt. En een aanwijzing dat de exomaan met zijn zwaartekracht van invloed is op Kepler-1625b waardoor deze bijvoorbeeld wat eerder aan zijn overgang – de periode waarin de planeet voor de ster langs beweegt – begint.

Nieuwe aanwijzingen
En jawel, beide signalen doken op in de door Hubble verzamelde data. Zo’n 3,5 uur nadat de overgang van Kepler-1625b erop zat, werd bijvoorbeeld een tweede, veel kleinere afname in de helderheid van de moederster gezien. Deze afname kan weleens veroorzaakt zijn door de maan die – terwijl deze achter zijn planeet aanhobbelt – ook een heel klein deel van het sterlicht tegenhoudt. Daarnaast ontdekten de onderzoekers dat Kepler-1625b wat eerder aan zijn overgang begon dan verwacht. Het suggereert dat er sprake is van zogenoemde ‘transit timing variations‘ oftewel TTV’s. En TTV’s worden gezien als een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van een exomaan. Ze kunnen echter ook veroorzaakt worden doordat in het systeem nog een planeet verstopt zit, die met zijn zwaartekracht van invloed is op Kepler-1625b. De onderzoekers benadrukken echter dat Kepler geen enkele aanwijzing heeft gevonden dat dit systeem nog een planeet telt.

Toch houden de onderzoekers een slag om de arm; er zijn meer waarnemingen nodig om het bestaan van de exomaan te bevestigen. Maar Kepler-1625b kan zomaar de plek zijn waar we uiteindelijk – en misschien binnenkort al – de allereerste exomaan gaan aantreffen.