Wetenschappers hebben een nieuwe oplaadbare batterij ontwikkeld die zichzelf kan repareren. Zoals u wellicht weet gaan oplaadbare lithium-ion-batterijen niet oneindig lang mee. Na een aantal keer laden en ontladen slaagt een lithium-ion-batterij er niet meer in om kracht te verzamelen. Consumenten kunnen dan een nieuwe accu aanschaffen, maar dit kost vaak veel geld. Gelukkig hoeft dit in de toekomst wellicht niet meer.

Een oplaadbare batterij kan op veel verschillende manieren kapot gaan, bijvoorbeeld door een gescheurde anode. Als een batterij oplaadt en ontlaadt, dan krimpt en zwelt de anode. Op een gegeven moment ontstaan er kleine scheurtjes, die de doorstroming van de elektrische stroom belemmeren. Uiteindelijk kan een batterij kapot gaan.

Onderzoeker Scott White van de universiteit van Illinois heeft een manier gevonden om scheurtjes te dichten. White plaatste piepkleine microsferen in het grafiet van de anode. Wanneer er een scheur ontstaat in de anode, dan barsten de plastic schillen van de microsferen open. Vervolgens stroomt er een speciaal soort materiaal uit de microsferen, namelijk indium gallium arsenide. Dit vloeibare metaal vult de scheuren en herstelt de doorstroming van de elektriciteit.

Daarnaast ontwikkelde White microsferen met vloeibaar polyethyleen. Deze plastic bolletjes smelten boven een temperatuur van 105 graden Celsius, waarna de doorstroming van elektrische stroom wordt belemmerd. Dit klinkt nogal dom, maar is eigenlijk heel erg handig. De plastic bolletjes voorkomen namelijk dat een batterij veel te heet wordt en in brand vliegt of – nog erger – ontploft.