Wat maakte Albert Einstein zo’n genie? Wetenschappers turen al jaren naar het brein van Einstein om een antwoord op die vraag te vinden. Nieuwe foto’s van Einsteins hersenen lijken nu wat meer duidelijkheid te gaan verschaffen: het brein van Einstein is wel degelijk bijzonder.

Albert Einstein stierf op 18 april 1955, op 76-jarige leeftijd. Kort na zijn dood werden zijn hersenen verwijderd en bestudeerd. De patholoog Thomas S. Harvey haalde ook stukjes brein weg en stopte deze tussen voorwerpglaasjes. Ook maakte hij tijdens dat onderzoek heel veel foto’s van Einsteins brein, waaronder veertien foto’s van de hersenschors van Einstein. Die foto’s gaf Harvey nooit vrij. In 2007 overleed de patholoog en drie jaar later werd besloten de foto’s te doneren aan het National Museum of Health and Medicine.

Hoeken
Wetenschappers hebben zich nu over de foto’s gebogen en voor het eerst een gedetailleerd kijkje in de hersenschors van de briljante wetenschapper kunnen nemen. “De foto’s van Einsteins hersenen zijn van verschillende hoeken genomen en brengen alle externe oppervlakken van de hersenschors in beeld,” zo schrijven de onderzoekers in het blad Brain.

WIST U DAT…

…Einstein dit jaar toch nog gelijk kreeg? Deeltjes bleken toch niet sneller te kunnen reizen dan het licht.

Vouwen
Op basis van de foto’s kunnen onderzoekers heel wat conclusies trekken. Een hele opvallende is dat de hersenschors bijzonder veel vouwen telt. Die vouwen creëren een groter oppervlak. Veel wetenschappers gaan ervan uit dat een groter oppervlak ook meer connecties tussen hersencellen mogelijk maakt en dat zou een positieve invloed hebben op mentale verwerkingsprocessen.

Pariëtale kwab
De onderzoekers ontdekten ook dat de pariëtale kwabben een ongebruikelijke vorm hebben. Deze kwabben spelen een belangrijke rol in ruimtelijk denken en het oplossen van wiskundige vraagstukken. De afwijkende vorm kan Einstein wel eens van zijn wiskundige vaardigheden en ruimtelijk inzicht hebben voorzien, zo stellen de onderzoekers voorzichtig.

Prefrontale cortex
En dan is er ook nog de relatief grote prefrontale cortex. Mogelijk kan deze verklaren waarom Einstein zulke indrukwekkende cognitieve vaardigheden had en middels gedachte-experimenten alleen al tot grote theorieën kon komen.

De onderzoekers hopen dat nader onderzoek meer duidelijkheid biedt als het gaat om het brein van Einstein. Ook stellen ze dat het interessant kan zijn om de foto’s van Einsteins brein en de bevindingen die daar nu op gebaseerd zijn, eens te vergelijken met het brein van andere grote denkers zoals de wiskundige Carl Friedrich Gauss en psycholoog Ivan Pavlov.