Eén daarvan zou misschien leven kunnen herbergen.

Op dit moment zijn er zo’n 4000 planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt. 96 procent van deze exoplaneten is aanzienlijk groter dan onze aarde. Zo hebben de meeste de grootte van de gasreuzen Neptunus en Jupiter. Echter komt het percentage niet overeen met de werkelijke omstandigheden in de ruimte; zo zijn er natuurlijk ook een heleboel kleinere exoplaneten. Die zijn alleen veel lastiger te detecteren. Maar met behulp van een nieuwe methode is het onderzoekers nu gelukt om 18 kleinere exoplaneten op te sporen.

Kleine exoplaneten
De 18 exoplaneten hebben allemaal ongeveer de grootte van onze aarde. De kleinste is slechts 69 procent van de grootte van onze planeet en de grootste is nauwelijks meer dan twee keer de straal van de aarde. Alle nieuw ontdekte planeten hebben één ding gemeen: zo waren ze allemaal tot nu toe in de Kepler-data over het hoofd gezien.


Dipjes
Ruimtetelescoop Kepler staarde jarenlang naar sterren in de hoop de helderheid van een ster periodiek te zien afnemen. Zo’n regelmatige afname in helderheid kan er namelijk op wijzen dat rond die ster een planeet cirkelt die af en toe tussen Kepler en de ster in staat en een deel van het sterlicht tegenhoudt. Grote planeten brengen vaak diepe en duidelijke dipjes in de helderheid teweeg. Maar kleine planeten zetten wetenschappers voor een enorme uitdaging. Hun effect op de helderheid van de sterren is zo miniem, dat het uiterst moeilijk is om ze te onderscheiden van natuurlijke dipjes in de helderheid van de ster.

Nieuw algoritme
Om dit probleem op te lossen, ontwikkelden de onderzoekers in de studie een nieuw algoritme. Om deze te testen, gebruikten ze de gegevens van Kepler. Ze bogen zich over 517 sterren uit de K2 missie van de ruimtetelescoop waarvan bekend was dat er tenminste één exoplaneet rond een ster cirkelde. Vervolgens besloten ze de data opnieuw te analyseren. En de nieuwe methode lijkt zijn vruchten af te werpen: zo ontdekte het team 18 nieuwe planeten die nog niet eerder waren gezien.

Het verschil tussen de oude en de nieuwe methode. Het nieuwe algoritme zoekt niet naar abrupte dipjes in helderheid maar naar geleidelijke dimmen en herstel. Dit maakt de nieuwe methode veel gevoeliger voor kleine planeten ter grootte van de aarde. Afbeelding: NASA/SDO (Sun), MPS/René Heller

Eigenschappen
“In de meeste planetaire systemen die we hebben bestudeerd, zijn de nieuw ontdekte planeten het kleinst,” zegt onderzoeker Kai Rodenbeck. Bovendien draaien de meeste heel dicht bij hun moederster. De planeten zijn daardoor waarschijnlijk erg heet; ruim boven de 100 graden Celsius. Op sommige zou de temperatuur zelfs op kunnen lopen tot 1000 graden Celsius. Maar één nieuw ontdekte planeet is de vreemde eend in de bijt. De exoplaneet bevindt zich namelijk in de leefbare zone van zijn moederster (een rode dwerg), wat betekent dat het voorkomen van vloeibaar water op de planeet tot de mogelijkheden behoort. En daarmee dus ook de mogelijkheid van leven zoals wij dat op aarde kennen.


De onderzoekers denken dat ze met hun nieuwe methode zeker 100 andere kleine exoplaneten kunnen vinden in de gegevens van Kepler. “Ons nieuwe algoritme helpt om een realistischer beeld te krijgen van de verzameling exoplaneten in de ruimte,” vat onderzoeker Michael Hippke samen. “Deze methode vormt een belangrijke stap voorwaarts, vooral in de zoektocht naar aardachtige planeten.”