In de Mara-rivier in Kenia dumpen nijlpaarden zo’n 8500 kilogram ontlasting per dag. En daar hebben de buren behoorlijk last van.

Onderzoekers bestudeerden de Mara-rivier in Kenia, waar zo’n 4000 nijlpaarden wonen. Die nijlpaarden grazen ’s nachts op de savanne en brengen hun dagen door in ondiepe poeltjes. Terwijl ze in het water rondhangen, poepen ze flink. “De nijlpaarden voegen samen dagelijks zo’n 8500 kilogram deels verteerd plantenmateriaal aan de rivier toe,” vertelt onderzoeker Emma Rosi. “Wij wilden weten hoe die enorme stroom organisch materiaal en voedingsstoffen van invloed was op het leven in het water.” De resultaten zijn behoorlijk schokkend. De uitwerpselen blijken namelijk een belangrijke doodsoorzaak te zijn voor vissen in de nabije omgeving.

Maar hoe dan?
De deels verteerde plantenresten die de nijlpaarden aan het water toevoegen, gaan in dat water verder verteren. En daardoor daalt het zuurstofniveau. Bovendien tieren microben in de aanwezigheid van die uitwerpselen welig. En die microbiële activiteit brengt stofjes zoals voor vissen giftig ammonium en zwavel voort. Tijdens droge perioden verslechtert de kwaliteit van het water waar de nijlpaarden zich in bevinden, rap. Maar de echte problemen ontstaan pas als er een heftige regenbui ontstaat. Dan loopt het poeltje over en stroomt het ‘slechte water’ in nabijgelegen rivieren. De vissen aldaar krijgen dan letterlijk zuurstofarm en zelfs giftig water op hun dak.

Vissterfte
En dat gaat ze niet in de koude kleren zitten, zo blijkt. De onderzoekers bestudeerden gedurende drie jaar wat er rond 171 nijlpaard-poeltjes gebeurde. Daarbij zagen ze de poeltjes 55 keer overstromen en dat resulteerde dertien keer in vissterfte. Dat klinkt misschien als een zeer kwalijke zaak. Maar die dode vissen bleken weer een bron van voedsel te zijn voor aaseters, zoals vogels en krokodillen.

Verklaring
Dat de nijlpaarden zo’n grote impact kunnen hebben op het leven in nabijgelegen rivieren is op twee manieren te verklaren. Het zuurstofarme water dat zij genereren vermengt zich tijdens overstromingen met het rivierwater, waardoor de algehele zuurstofconcentratie in dat water daalt. Ondertussen stromen ook de nog niet helemaal verteerde uitwerpselen van de nijlpaarden in de rivier die daar verder verteren en het zuurstofniveau dus nog verder terugdringen.

Het onderzoek geeft volgens de wetenschappers een beter beeld van riviersystemen waarin grote populaties nijlpaarden wonen. Nu zijn die riviersystemen tamelijk zeldzaam, maar dat moet in het verleden anders zijn geweest. “Er is het idee dat het zuurstofniveau in ongerepte rivieren niet rap kan dalen, maar wij denken dat dat idee ontstaan is doordat generaties wetenschappers plekken onderzocht hebben waar niet langer grote populaties wilde dieren te vinden zijn,” aldus onderzoeker Christopher Dutton. “De Mara-rivier is uniek, omdat deze dat nog wel heeft. En het systeem biedt ons een kijkje in het verleden en onthult hoe ecosystemen functioneerden voor mensen erop van invloed waren.”