Het was zo’n 2700 jaar geleden één van de grootste en mooiste steden ter wereld. En toch weet bijna niemand ervan.

Daarmee is Nineveh misschien wel één van de beter bewaarde geheimen in het Nabije Oosten. Dit najaar komt daar echter verandering in. Tijdens de tentoonstelling ‘Nineveh, hoofdstad van een wereldrijk‘ onthult het Rijksmuseum van Oudheden het prachtige, maar tegelijkertijd schrijnende verhaal van een stad die een diepe indruk achterliet op een ieder die deze vele honderden jaren geleden bezocht.

Grootste stad
De stad Nineveh moet één van de highlights van het machtige Neo-Assyrische rijk zijn geweest. Dat rijk kwam zo rond 911 voor Christus op en begon delen van het Nabije Oosten te veroveren. “Zo rond 700 voor Christus was het grootste deel van het Nabije Oosten in handen van de Assyriërs en werd Nineveh de hoofdstad,” vertelt Lucas Petit, archeoloog en conservator in het Rijksmuseum van Oudheden. Rond die tijd woonden in de stad naar schatting zo’n 120.000 mensen. “En daarmee was het in die tijd één van de grootste en misschien zelfs wel de grootste stad ter wereld.”

Een dodenmasker dat in Nineveh is aangetroffen. Afbeelding: The Trustees of the British Museum.

Over het Assyrische rijk
Het Assyrische rijk was een modern ogend rijk. “Het had een groot leger, veel wetenschappers, irrigatiesystemen en een goede infrastructuur,” vertelt Petit. “Ook vond er internationale handel plaats.” Het rijk doet – hoewel het veel ouder was – in veel opzichten dan ook denken aan het Romeinse rijk. “In ieder geval qua infrastructuur en opbouw.” Door vele oorlogen die in het voordeel van de Assyriërs beslist werden, groeide het rijk snel. “Ook werd het dankzij de oorlogsbuit snel rijk.” Een deel van die rijkdom werd omgezet in pracht en praal: in de hoofdstad verrezen enorme gebouwen die rijkelijk versierd waren.

Enorme paleizen
Het machtige Nineveh moet dan ook een lust voor het oog zijn geweest. “In de klassieke werken wordt de stad geroemd en aangehaald als een symbool van macht en schoonheid.” Rond de stad rustte een 12 kilometer lange stadsmuur die zeker 12 meter dik was. Het moet een indrukwekkend gezicht zijn geweest voor handelaren die van heinde en ver – vanuit Egypte tot het hedendaagse Turkije – naar Nineveh kwamen om geld te verdienen en de mooiste producten – van edelstenen tot bijzondere houtsoorten – te verhandelen. Maar ook in de stad was genoeg te zien. Grote en rijkversierde gebouwen, bijvoorbeeld. Met name de bebouwing op twee citadelheuvels moet de aandacht hebben getrokken. Op die heuvels lagen namelijk de tempels voor de goden en de paleizen van het koninklijk huis. “Die paleizen waren enorm,” vertelt Petit. “Eén ervan is grotendeels opgegraven en bleek zes voetbalvelden groot te zijn en zeker tachtig kamers te tellen.” Elke kamer – tot aan het toilet aan toe – van het paleis was bovendien betegeld met stenen panelen met daarop afbeeldingen. “Een soort stripverhalen, die de geschiedenis van de koning die in het paleis woonde, vertellen.” Ze onthullen niet alleen aan welke veldslagen de koning zich gewaagd had en welke hobby’s de koning had, maar ook hoe het alledaagse leven in het Assyrische rijk eruitzag en welke planten en dieren in het gebied leefden. “Het is een enorme rijkdom aan informatie en de verhalen zijn prachtig en spannend.”

Een fragment van een reliëf uit de zevende eeuw voor Christus. Afbeelding: Musée du Louvre, Parijs .

De ondergang
Maar ook de machtige en superrijke koningen die tot op de dag van vandaag de dienst uitmaken in hun stripverhalen, bleken aan het einde van de rit niet onverslaanbaar. “Zo’n tachtig jaar nadat Nineveh tot hoofdstad wordt benoemd, sluiten de vijanden die de Assyriërs door de tijd heen gemaakt hebben, een verbond en vallen tegelijkertijd het Assyrische rijk aan.” Al snel komen de legers bij het prachtige Nineveh aan en belegeren de stad. Na een paar maanden valt Nineveh definitief ten prooi aan de vijanden van het Assyrische rijk. En binnen een paar dagen tijd maken zij de stad met de grond gelijk. “De vijanden koesterden zoveel wraakgevoelens dat ze de stad volledig verwoest hebben.” Ook veel inwoners van Nineveh vonden de dood. “Aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben archeologen in een stadspoort de resten van dertien of veertien mensen gevonden. Het zijn misschien wel de laatste overlevenden uit de stad, die in deze poort vermoord zijn.” Juist die schrijnende ondergang van zo’n machtige en prachtige stad is wat Nineveh voor veel archeologen tot een waardevolle vindplaats maakt. “Nineveh laat op indrukwekkende wijze zien hoe het Assyrische rijk ten onder ging.”

Een kleitablet met spijkerschriftinscriptie uit de periode tussen 668 en 626 voor Christus. Het kleitablet werd aangetroffen in Nineveh en hoort thuis in de bibliotheek van koning Assurbanipal. Afbeelding: Rijksmuseum van Oudheden.

Vragen
Hoewel opgravingen in Nineveh ons begrip van de stad enorm vergroot hebben, blijven er ook veel vragen. Want er is intensief onderzoek gedaan naar de gebouwen en het leven op de twee citadelheuvels, maar over het leven daarbuiten is weinig bekend. “In het stadsgebied (dus waar de ‘gewone’ mensen woonden, red.) zijn nauwelijks opgravingen gedaan,” vertelt Petit. “Eén van de weinige dingen die we weten, is dat de stad in wijken was ingedeeld. Zo was er een wijk waar de soldaten woonden, een wijk voor de industrie en handwerk, enzovoort.” Maar hoe de huizen van deze mensen eruitzagen? Hoe ze hun dagen doorbrachten? Archeologen weten het niet. Er valt dus nog veel te ontdekken in het oude Nineveh. En niet alleen over het leven in de gloriedagen van het Assyrische rijk, benadrukt Petit. “We weten dat de stad Nineveh al veel eerder bestond dan het Assyrische rijk. De nederzetting was er zo’n 9000 jaar geleden al. Maar ook daar weten we nog vrij weinig van, omdat archeologen zich eigenlijk altijd concentreren op hogere bewoningslagen.” Petit zou daar graag verandering in zien, onder meer omdat hij verwacht dat we zo ook de Assyrische tijd beter kunnen begrijpen. “Want wat hier in de neo-Assyrische tijd gebeurde, is gebaseerd op wat er daarvoor wel of niet was.”

Een portret van een vrouw dat eveneens in Nineveh is teruggevonden. Het stamt uit de periode tussen 700 en 625 voor Christus. Afbeelding: The Trustees of the British Museum.

Mosul
Je ziet: er zijn nog veel vragen. Eén ding weten we echter wel zeker: Nineveh kwam de vernietiging in de zevende eeuw voor Christus nooit meer te boven. “Er is daarna nog wel wat bewoning geweest, maar de stad werd nooit meer zo mooi, groot en rijk als deze ooit was geweest.” En vandaag de dag moeten we het dan ook doen met ruïnes, die gaandeweg zijn opgeslokt door een andere stad wiens naam we vandaag de dag allemaal kennen: Mosul. De stad – en dus ook de resten van Nineveh – vielen in 2014 in handen van Islamitische Staat (IS). “Veel monumenten en resten die (deels) bovengronds lagen, zijn kapotgemaakt,” vertelt Petit. “Delen van het paleis en de stadsmuur en stadspoorten zijn met bulldozers verwoest. Gelukkig is niet alles verloren gegaan: een groot deel van de stad is niet zichtbaar, omdat deze onder het zand ligt en die resten zijn er nog.” Inmiddels is Mosul op IS heroverd. Maar daarmee is het gevaar voor Nineveh nog niet geweken. De stad wordt namelijk ook bedreigd door bebouwing. “In de jaren zestig van de vorige eeuw groeide Mosul hard en daarbij werd ook bovenop de resten van Nineveh gebouwd. De Iraakse overheid greep toen in en liet een muur rond de archeologische vindplaats bouwen. Dat was de redding van Nineveh. Maar die muur is vernietigd en er is geen centrale politie of overheid in Mosul, dus wordt er nu opnieuw op de resten gebouwd. Met de nieuwbouw van het afgelopen jaar is de vindplaats intussen voor zo’n veertig procent met huizen bedekt. Dat kun je niemand kwalijk nemen: mensen zijn arm en zijn hun huis of zelfs nog meer kwijtgeraakt en zoeken een plek om te wonen.” Maar daarmee komt Nineveh, 2700 jaar na haar ondergang, wel opnieuw in het gedrang.

Archeologen staan machteloos en kunnen niet veel meer doen dan de herinnering aan Nineveh levend houden. En dat gebeurt dit najaar dus ook in het RMO. “Het is noodzaak,” vertelt Petit over de tentoonstelling. Want Nineveh is veel te onbekend. “Heel veel mensen kennen Carthago en Petra, maar Nineveh niet, terwijl deze stad veel belangrijker is geweest.” Bovendien wil Petit iets laten zien van de schoonheid van de stad. “En de mooie cultuur die er lang geleden ook in landen die nu heel negatief in het nieuws zijn, was. Het Nabije Oosten heeft wat dat betreft zoveel moois te bieden.”