Als het om de democratie gaat, zijn millennials de meest gedesillusioneerde generatie, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

In de 18e eeuw werd er nog hard voor democratie gepleit. Dat is nu, drie eeuwen later, wel anders. Het vertrouwen van jongeren in democratische politiek is lager dan in welke andere leeftijdsgroep dan ook. Sterker nog, nog nooit waren twintigers en dertigers zo teleurgesteld in democratie als die van vandaag de dag.

Tevredenheid
Dat blijkt uit een nieuw gepubliceerd rapport van de Universiteit van Cambridge. In het rapport stellen de onderzoekers vast dat in bijna elke regio op aarde de tevredenheid over de democratie het sterkst onder 18 tot 34-jarigen afneemt. De bevindingen zijn afkomstig van de grootste wereldwijde dataset over democratie ooit. In de studie analyseerde het team de antwoorden van bijna vijf miljoen respondenten afkomstig uit meer dan 160 landen die naar hun mate van tevredenheid over de democratie in hun land werd gevraagd.


Vergelijking
Het zijn interessante bevindingen. Want het betekent dat millennials alles behalve positief zijn over de huidige democratie. Bovendien blijken millennials de meest gedesillusioneerde generatie te zijn in vergelijking met bijvoorbeeld generatie X of babyboomers toen zij dezelfde leeftijd hadden. “Dit is de eerste generatie in levende herinnering die wereldwijd tijdens hun twintiger en dertiger jaren het meest ontevreden is over de manier waarop de democratie werkt,” aldus onderzoeksleider Roberto Foa. “55 procent van de wereldwijde millennials zegt halverwege de dertig ontevreden te zijn over de democratie, terwijl minder dan de helft van generatie X’ers die mening op dezelfde leeftijd deelde. De meerderheid van de babyboomers – die nu in de zestig en zeventig zijn – blijft tevreden over de democratie, net als de interbellumgeneratie.”

Tevredenheid over de democratie per leeftijdsgroep. Afbeelding: University of Cambridge

Nemen we het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld, dan blijkt dat in 1973 nog 54 procent van de 30-jarigen uit de interbellumgeneratie tevreden was over de Britse democratie. Een nog grotere meerderheid van de Britse babyboomers (57 procent) was tevreden toen ze tien jaar later dertig werden. En voor de Generatie X’ers die in de jaren negentig en rond de millenniumwisseling de leeftijd van dertig bereikten, was dit percentage 62 procent. Kijken we echter naar de Britse millennials die in het afgelopen decennium dertig zijn geworden, dan blijkt dat minder dan de helft (48 procent) zich rond die verjaardag tevreden voelde over de democratie. Hetzelfde zien we eigenlijk in de Verenigde Staten gebeuren. Bijna tweederde (63 procent) van de Amerikaanse millennials was begin twintig tevreden met de Amerikaanse democratie. Maar halverwege hun dertiger jaren was dit gedaald tot slechts de helft (50 procent). En dat terwijl driekwart (74 procent) van de Amerikaanse babyboomers halverwege de dertig tevreden was met de democratie en meer dan twee derde (68 procent) altijd tevreden is gebleven.

Reden
Interessant is dat millennials dus in eerste instantie wel positief waren over de democratie in hun land. Toen de eerste millennials bijvoorbeeld rond de eeuwwisseling naar de universiteit gingen, was de mate van tevredenheid hoger dan in de generatie van hun ouders. Maar daarna nam de teleurstelling toe. Met name de financiële crisis van 2008 veranderde de kijk van millennials op de democratie. Maar ook hoge jeugdwerkloosheid en inkomensongelijkheid spelen een belangrijke rol. “Hogere schulden, minder kans op het kopen van een huis, grotere uitdagingen bij het beginnen van een gezin en de noodzaak om te moeten vertrouwen op geld van ouders in plaats van hard te werken en talent, dragen allemaal bij aan de ontevredenheid onder jongeren,” stelt Foa. Het betekent dat millennials – en ook generatie X-ers – naarmate ze ouder werden gestaag hun vertrouwen in de democratie verloren.


In landen waar de welvaart relatief gelijk verdeeld is – zoals in IJsland of Oostenrijk – blijken er slechts kleine generatiekloven in de houding ten opzichte van democratie te bestaan. Maar in landen met aanhoudende welvaartsongelijkheid – denk aan de Verenigde Staten – zijn grote en groeiende verschillen te zien. In opkomende democratieën in Latijns-Amerika, Afrika en Zuid-Europa vond het team een zogenaamde ‘overgangsmoeheid’. De ontevredenheid over de democratie neemt duidelijk na vijfentwintig jaar democratie toe, naarmate de generaties die geen eerdere dictaturen en strijd om politieke vrijheid hebben meegemaakt, volwassen worden.

Kloof
Het betekent dat er momenteel grote verschillen tussen generaties bestaan. “Over de hele wereld zien we een steeds groter wordende kloof tussen jongeren en oudere generaties wat betreft hun kijk op het functioneren van de democratie,” concludeert Foa. “Deze democratische kloof is niet vanzelfsprekend, maar eerder het resultaat van het feit dat democratieën in de afgelopen decennia in de ogen van jongeren vaak tekort schoten. Denk aan banen en levenskansen tot het aanpakken van ongelijkheid en klimaatverandering.”

Populistische leiders zijn echter onder millennials wel populair. Zo ontdekten de onderzoekers dat de tevredenheid van kiezers onder de 35 jaar over de democratie met ongeveer 16 procentpunten toenam waneer een populistische leider aan de macht kwam. “Landen die populistische leiders kiezen zien grote ommezwaaien en jongeren lijken meer tevreden over de democratie dan onder gematigde leiders,” zegt onderzoeker Daniella Wenger. Populisme voedt zich echter met verdeeldheid. En millennials uit ontwikkelde democratieën zullen politieke tegenstanders dan ook eerder als moreel gebrekkig beschouwen. “Populistische stromingen zouden meer gematigde partijen en leiders dan ook in actie moeten brengen,” zegt Foa. “Als dat gebeurt, kan populisme nog steeds aanleiding geven tot de wedergeboorte van democratie in plaats van het begin van haar geleidelijke verval.”