Er zijn een paar afspraken gemaakt, maar nog te veel losse eindjes.

In de afgelopen twee weken is er druk onderhandeld in Katowice, Polen. Onderhandelaars uit alle hoeken van de wereld kwamen samen om het ambitieuze Parijse klimaatakkoord – waarin overheden hadden toegezegd er alles aan te doen om de opwarming van de aarde tot 2 en bij voorkeur zelfs tot 1,5 graad Celsius te beperken – handen en voeten te geven. Maar is dat nu ook daadwerkelijk gelukt?

De afspraken
De onderhandelaars zijn heel tevreden met zichzelf en noemen de klimaattop een succes. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat de onderhandelaars de lat niet heel hoog hadden gelegd, zo blijkt wel uit woorden van Michał Kurtyka, die de onderhandelingen voorzat. “Als je te maken hebt met de standpunten van bijna 200 partijen, is het niet gemakkelijk om tot een overeenkomst te komen (…) Onder deze omstandigheden is elke stap voorwaarts een grote prestatie.” En dus kloppen de partijen zich op de borst. Want er zijn wel degelijk knopen doorgehakt in Katowice. Zo hebben landen met elkaar afgesproken hoe ze hun CO2-uitstoot en inspanningen om die uitstoot te verminderen, gaan rapporteren. “Dat is belangrijk,” aldus Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat. “Bijna 200 landen hebben in Parijs hun handtekening gezet onder het internationale klimaatakkoord. Nu is het zaak dat iedereen die afspraken nakomt en invult met concrete maatregelen.” Door af te spreken dat alle landen op dezelfde manier hun CO2-uitstoot en de aanpak daarvan rapporteren, ontstaat er minder ruimte voor gesjoemel en kunnen landen worden aangesproken op hun prestaties.


Teleurstelling
Tot zover klinkt het goed. Toch zijn veel partijen teleurgesteld in wat de onderhandelaars hebben bewerkstelligd. “Uiteraard zijn goede regels die het Parijsakkoord operationeel maken belangrijk,” stelt Europarlementariër Bas Eickhout, verbonden aan Groenlinks. “Echter, de duizenden mensen die twee weken terug in Brussel en andere steden de straat opgingen willen veel ambitieuzere bescherming van ons klimaat zien. Aan die eis is tijdens deze top absoluut niet voldaan.” Hij wijst erop dat er geen afspraken gemaakt zijn over het ophogen van nationale klimaatplannen. “Het recente IPCC-rapport toont dat per directe keiharde actie nodig is, als we klimaatverandering in toom willen houden.” Maar zo concreet werd het in Katowice dus allemaal niet. Ook Greenpeace is teleurgesteld. Volgens de milieuorganisatie hebben de onderhandelingen op de klimaattop niet het resultaat opgeleverd dat nodig is om de opwarming tot 1,5 graad te beperken.

De rekening
Ook is er tijdens de klimaattop geen duidelijkheid verschaft over wie de rekening van klimaatverandering gaat betalen. Zoals het er nu naar uitziet, worden ontwikkelingslanden doorgaans het hardst getroffen door de gevolgen van klimaatverandering, terwijl ontwikkelde landen vaak de grootste boosdoeners zijn. Het lijkt dan ook niet meer dan eerlijk dat ontwikkelde landen financieel helpen om met de effecten van klimaatverandering – een stijgende zeespiegel bijvoorbeeld – om te gaan. Het is vanzelfsprekend een gevoelig onderwerp. Rijke landen hebben geld toegezegd, maar hoe ze er precies voor gaan zorgen dat het nu nog halflege spaarpotje in 2020 de beloofde 100 miljard dollar bevat, blijft in nevelen gehuld. Ook over de toekomst van de internationale emissiehandel werden geen knopen doorgehakt.

Al met al zou je dan ook kunnen concluderen dat er tijdens de klimaattop half werk is afgeleverd. De Parijse ambities werden her en der wat uitgewerkt, maar liggen daarmee nog lang niet binnen handbereik. Daarvoor is namelijk concrete actie nodig. En snel ook, als we de opwarming nog tot 1,5 graad willen beperken. Wie gehoopt had dat politici die boodschap in Katowice ter harte zouden nemen en hun inspanningen om de klimaatverandering enigszins binnen de perken te houden, zouden ophogen, kwam echter bedrogen uit. En dus rest ons opnieuw niets anders dan uit te zien naar de volgende klimaattop. Want daar moet het nu écht gaan gebeuren.