Bijen die het uiterlijk van soortgenoten verzorgen, blijken een beter immuunsysteem te hebben en kunnen een belangrijke rol gaan spelen in het behoud van hun soort.

Het is al veel langer bekend dat sommige werksters in bijenkoloniën de tijd nemen om hun soortgenoten wat te fatsoeneren. Ze gebruiken hun monddelen om viezigheid, maar ook parasieten van het lichaam van hun soortgenoten te plukken. En waarschijnlijk rekenen deze werksters zo ook af met mijten, waaronder de beruchte Varroa destructor die momenteel een enorme bedreiging vormt voor bijenkoloniën wereldwijd.

Sterk immuunsysteem
Een internationaal team van onderzoekers heeft nu de werksters die belast zijn met het schoonhouden van hun soortgenoten eens nader onder de loep genomen. En dat resulteert in een verrassende ontdekking. “We ontdekten dat werksters die gespecialiseerd zijn in de verzorging (van andere bijen, red.) een centrale rol spelen in hun kolonie en krachtigere immuunsystemen ontwikkelen,” aldus onderzoeker Alessandro Cini. Dat laatste is bijzonder veelbelovend. “We vermoeden dat wanneer meer bijen zich bezig zouden houden met de verzorging van anderen, gericht op het afweren van parasieten, de kolonie in zijn geheel een krachtigere immuniteit zou hebben.”


Aangenomen wordt dat het krachtigere immuunsysteem ervoor zorgt dat de verzorgende bijen – die dus met allerlei op het lijf van andere bijen levende ziekteverwekkers in aanraking komen – zelf wat weerbaarder zijn. “Ze lijken een soort super-immuunsysteem te hebben,” zo vertelt Cini aan Scientias.nl.

Bijbaantje
Het onderzoek onthult verder dat de honingbijen (behorend tot de soort Apis mellifera) die hun soortgenoten min of meer schoon proberen te maken, dat er gewoon een beetje bij doen. Over het algemeen besteden ze namelijk net zoveel tijd aan het schoonmaken van hun soortgenoten als aan andere taken. Verder blijken deze werksters met veel meer bijen een connectie te hebben dan de gemiddelde bij in de kolonie. Waarschijnlijk stelt dat de werksters in staat om zoveel mogelijk bijen onder handen te nemen en de kolonie zo ziekte- en parasietvrij te houden als mogelijk is.

Nieuwe inzichten
De studie levert zo heel wat nieuwe inzichten op in wat voorheen een tamelijk mysterieuze taak in de bijenkolonie was. En het onderzoek biedt nieuwe handvatten om de bijenkoloniën van de ondergang te redden. Veel bijenkoloniën worden namelijk onder meer ernstig bedreigd door de eerder genoemde parasiterende varroamijt, die er – vaak in combinatie met andere ziekten en virussen – voor kan zorgen dat complete koloniën instorten (zie kader). “Door beter te begrijpen hoe sociale verzorging gebruikt wordt om parasieten af te weren, kunnen we wellicht strategieën ontwikkelen die dit gedrag promoten en de kolonie weerbaarder maken tegen parasieten.”


De varroamijt komt oorspronkelijk uit Azië, maar heeft zich – geholpen door de mens – over de hele wereld kunnen verspreiden en vormt nu een grote bedreiging voor honingbijen wereldwijd. De mijt kan individuele honingbijen op verschillende manieren aantasten. Zo kunnen vliegbijen die in het popstadium geïnfecteerd zijn, moeilijker navigeren en komt het vaker voor dat zij ‘verdwalen’ en niet terugkeren naar de kolonie. Werksters die in het popstadium door de mijt worden aangetast, leven korter. En darren (mannelijke bijen) die in het popstadium door de mijt worden gegrepen, krijgen te maken met een zodanig groot gewichtsverlies dat ze niet meer kunnen vliegen. Wanneer de mijt zo een paar bijen in de kolonie aantast, is dat nog geen wereldramp. Maar dat wordt anders als een groot deel van de kolonie door de mijt wordt aangetast. Als klap op de vuurpijl kan de mijt ook nog allerlei virussen overdragen. Het is die combinatie van virussen en de varroamijt die veel bijenkoloniën uiteindelijk fataal wordt.

Het is zeker niet zo dat de werksters die hun soortgenoten schoonhouden dé oplossing zijn in de strijd tegen de varroamijt. Maar de in dit klusje gespecialiseerde werksters zouden wel een verschil kunnen maken, zo verwacht Cini. Maar dan moet het eigenlijk wel mogelijk zijn om de schoonmaakwerkzaamheden een impuls te geven. “Bijvoorbeeld door de bijen te stimuleren om het vaker te doen of door te selecteren op bijenfamilies die dit gedrag vaker vertonen.” Mogelijk kan de kolonie dan net wat meer hebben.

Meer onderzoek naar het werk van deze schone werksters is echter hard nodig. Want er zijn ook na deze studie nog veel onbeantwoorde vragen. Zo weten onderzoekers nog altijd niet precies wat de werksters uit de haren van hun soortgenoten trekken. “Welke specifieke parasieten ze kunnen detecteren, herkennen en vernietigen is nog niet goed onderzocht,” aldus Cini. “We weten wel dat het gedrag enigszins effectief is tegen de varroamijt, maar niet alle mijten worden door de werksters ontdekt en verwijderd.” Ook weten de onderzoekers niet hoe de werksters vaststellen welke soortgenoot een schoonmaakbeurt nodig heeft. En of de werksters – ondanks hun ‘super-immuunsysteem’ – toch wel eens ziek worden van hun werk.