Verschillende mensen hebben het coronavirus voor een tweede keer opgelopen. En dat roept veel nieuwe vragen op.

Eerder deze week werd bekend dat een man in Hong Kong die het coronavirus in maart opliep, in augustus opnieuw besmet is geraakt. Het was volgens de onderzoekers het eerste harde bewijs dat het coronavirus – in relatief korte tijd – herhaaldelijk kan toeslaan. En nu zijn ook in Nederland enkele herbesmettingen gemeld.

Vijf vragen
Het onderzoek naar deze herbesmettingen is nog in volle gang. En dat is ook niet zo gek. Want er zijn nogal wat vragen te beantwoorden. Hieronder de belangrijkste vijf.


1. Zijn de herbesmettingen regel of uitzondering?
Tot op heden zijn er nog maar een klein aantal (bevestigde) herbesmettingen gemeld. Het roept de vraag op of herbesmetting veelvuldig voorkomt – en we momenteel slechts het topje van de ijsberg zien – of dat het veel vaker voorkomt.

2. Verloopt een tweede besmetting doorgaans milder?
Kort nadat het coronavirus ons land lam legde, werd er nog gehoopt op groepsimmuniteit: als een groot deel van de bevolking het virus kreeg en immuun werd, zou het virus zich vervolgens niet of nauwelijks meer kunnen verspreiden en waren ook mensen die het virus niet hadden gehad, veilig. Maar verschillende studies hebben al gesuggereerd dat langdurige immuniteit na een infectie door SARS-CoV-2 een mythe is en groepsimmuniteit dus geen haalbare kaart is. En nu zien we dus inderdaad dat sommige mensen kort na de eerste besmetting opnieuw besmet kunnen worden. Het goede nieuws is dat de tweede besmetting soms milder lijkt te verlopen. Zo ontwikkelde de eerder genoemde man in Hong Kong na de eerste besmetting milde klachten, maar verliep de tweede besmetting geheel asymptomatisch. Het suggereert dat hij na zijn eerste aanvaring met het virus niet of slechts kortdurend immuun was voor het virus, maar dat zijn immuunsysteem een tweede keer er wel beter in slaagde met het virus af te rekenen. Maar zou dat voor alle herbesmettingen gelden? Of zou het bijvoorbeeld voor ouderen – de man in Hong Kong was nog maar 33 jaar oud – anders zijn? En maakt het nog uit hoe ernstig de eerste infectie was? Zouden mensen die bijvoorbeeld heel erg ziek worden door SARS-CoV-2 een krachtigere immuunrespons hebben en helemaal geen herbesmetting doormaken? Of pas later vatbaar worden voor een tweede infectie?

3. Kunnen mensen die een tweede keer besmet raken, het virus net zo gemakkelijk doorgeven?
SARS-CoV-2 is behoorlijk besmettelijk, zo blijkt wel uit het feit dat het virus zich in korte tijd over de wereld kon verspreiden en wereldwijd inmiddels meer dan 24 miljoen mensen besmet heeft. Maar hoe zit dat als mensen het virus voor een tweede keer oplopen? Is hun ‘viral load’ – de hoeveelheid virus in hun lichaam – dan net zo groot? En geven ze het virus net zo gemakkelijk aan anderen door als tijdens een eerste infectie? Dit zijn belangrijke vragen. Zeker als uit vervolgonderzoeken zou blijken dat herbesmettingen doorgaans asymptomatisch verlopen.


4. Wat betekent dit voor onze zoektocht naar een effectief vaccin?
Kunnen de vaccins die nu ontwikkeld worden wel een krachtige immuunrespons genereren die ons langdurig tegen COVID-19 beschermt? Of moeten de vaccins misschien herhaaldelijk worden toegediend?

5. Wat betekent het voor de toekomst van het virus?
Het droomscenario, waarbij het virus – net als bijvoorbeeld de pokken – de wereld uitgebonjourd wordt, lijkt steeds minder waarschijnlijk. In plaats daarvan lijken we te maken te hebben met een virus dat herhaaldelijk kan toeslaan en dus – net als griepvirussen – ook kan blijven circuleren. Onze beste hoop is een vaccin dat immuun maakt voor alle varianten van SARS-CoV-2 – we weten inmiddels dat er verschillende rondwaren en de coronapatiënt in Hong Kong werd, net als één van de twee herbesmette Nederlandse patiënten de tweede keer door een net iets andere variant geïnfecteerd. En als dat niet lukt, stevenen we misschien wel af op een vaccinatiestrategie à la de griepprik, waarbij mensen elk jaar gevaccineerd worden tegen de in die periode rondwarende griepstammen. Wat de beste aanpak is, zal uit nader onderzoek naar het virus, de herbesmettingen en de coronavaccins moeten blijken.

Wat voor nu wel vaststaat, is dat SARS-CoV-2 nog niet zo gemakkelijk te doorgronden is. Wetenschappers leren continu nieuwe dingen en veel nieuwe bevindingen leveren weer nieuwe vragen op. “We volgen een steile leercurve waarbij we de biologie van de ziekte proberen te begrijpen,” zo stelde professor Jeremy Nicholson, verbonden aan de Murdoch University, eerder deze week in reactie op het nieuws dat een man uit Hong Kong opnieuw besmet is geraakt met het coronavirus. “Ondanks de enorme internationale inspanning die er geleverd wordt om COVID-19 beter te begrijpen, hebben we nog veel meer tijd nodig om het allemaal goed uit te zoeken.”